Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/7.4:7.4 Best practices uit internationale toezichtregelgeving
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/7.4
7.4 Best practices uit internationale toezichtregelgeving
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193686:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
IOSCO, Regulatory Approaches to the Valuation and Pricing of Collective Investment Schemes, IOSCO Report, mei 1999.
IOSCO, Good Practice for Fees and Expenses of Collective Investment Schemes, FR09/16.
IOSCO, Principles for the Regulation of Exchange Traded Funds, FR06/13, juni 2013.
IOSCO Report on Good Practices for the Termination of Investment Funds, FR23/2017, november 2017.
ESMA34-39-881 bevat concept-richtsnoeren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vereisten uit de Icbe-Richtlijn zijn vergeleken met best practices uit internationale toezichtregelgeving zoals opgesteld door IOSCO en de OECD.
De icbe-regelgeving is vergeleken met diverse rapporten van IOSCO. Alhoewel de icbe-regelgeving in lijn is met de meeste van deze rapporten, zijn er vier onderwerpen waarover slechts beperkt iets is opgenomen in de icbe-regelgeving. Dit zijn de rapporten over waardering1, kosten2, ETF’s3 en liquidaties4.
ESMA heeft in richtsnoeren aanvullende eisen gesteld aan ETF’s. Voor zover nationale toezichthouders zich aan deze richtsnoeren houden, zijn veel van de best practices voor ETF’s wel geïmplementeerd.
De belangrijkste aanbevelingen van IOSCO over kosten die in de icbe-regelgeving ontbreken zijn:
De wetgever moet duidelijk maken welke kosten wel en welke kosten niet ten laste van de activa van de beleggingsinstelling mogen komen. In de icbe-regelgeving zijn hier geen voorwaarden aan gesteld.
De wetgever moet voorwaarden opstellen voor het gebruik van prestatievergoedingen, zowel ten aanzien van de berekeningsmethode van de prestatievergoedingen als de transparantie ervan. IOSCO heeft zelf uitgebreide voorwaarden opgesteld waaraan een performance fee moet voldoen. Nu is ten aanzien van dit onderwerp niets bepaald in de icbe-regelgeving. ESMA is wel voornemens richtsnoeren ten aanzien van prestatievergoedingen uit te brengen.5
Er moet duidelijkheid worden geschapen over transactiekosten en wat er wel en niet onder valt. Nu zijn icbe’s alleen verplicht expliciete transactiekosten op te nemen in het jaarverslag. Als de icbe een PRIIPS Essentiële-informatiedocument (EID) moet opstellen, komt er meer duidelijkheid over transactiekosten. Vooralsnog zijn icbe’s vrijgesteld van de plicht van het opstellen van een EID.
Als de kosten van een beleggingsinstelling materieel gewijzigd worden, dient aan bepaalde voorwaarden te worden voldaan, zoals voorafgaande goedkeuring van de toezichthouder en een notice period aan deelnemers. In de icbe-regelgeving is dit niet vereist. Enkele lidstaten hebben wel zelf voorwaarden gesteld aan te volgen procedures in het geval van materiële wijzigingen.
Over de liquidatie van icbe’s is nu bijna niets opgenomen in de Icbe-Richtlijn. De best practices van IOSCO zijn gedetailleerd. Zo dient er volgens IOSCO uitgebreide communicatie plaats te vinden met de deelnemers over het voornemen tot liquidatie en de voortgang van de liquidatie. Daarnaast dient er een beëindigingsplan opgesteld te worden als het besluit is genomen om een beleggingsinstelling te beëindigen. In dat plan dient onder andere de rationale voor de liquidatie te staan, de geschatte periode van liquidatie, de geschatte kosten en voor wiens rekening de kosten komen, hoe wordt omgegaan met illiquide activa en hoe wordt omgegaan met windfall payments die binnenkomen nadat de deelnemers hun beleggingen hebben onttrokken. De beheerder zou bovendien moeten overwegen om het fonds te sluiten voor stortingen en onttrekkingen tijdens het liquidatieproces. Tot slot zou de beheerder het beëindigingsplan moeten goedkeuren en zou de entiteit die verantwoordelijk is voor het onafhankelijke toezicht op de beleggingsinstelling, zoals het bestuur, het plan eveneens moeten goedkeuren. Volgens de IOSCO-principes zouden institutionele beleggers de kans moeten krijgen om in kind uit te stappen, dient waardering tegen fair value plaats te vinden en moeten belangenconflicten zoveel mogelijk worden geadresseerd. Dit zijn wenselijke toevoegingen aan de icbe-regelgeving.
De waardering van een icbe is van groot belang voor deelnemers. Het bepaalt tegen welke koers een deelnemer kan uitstappen en instappen en wat dus uiteindelijk het rendement is van de deelnemer.
IOSCO benadrukt in haar best practices het belang van uitgebreide en vastgelegde procedures en methodologieën voor de waardering. Deze procedures dienen consistent te zijn. Er moeten voorts maatregelen genomen zijn om waarderingsfouten op te sporen, te voorkomen en te corrigeren. De waarderingsprocedure dient elk jaar zowel intern als door een derde partij gereviewd te worden. In de principes wordt gehecht aan het belang van forward pricing. Dat betekent dat men de prijs van de deelnemingsrechten pas berekent op een moment na het uiterste moment waarop orders kunnen worden ingelegd (de zogenoemde cut-off). Hierbij dienen de prijzen van de onderliggende beleggingen niet voor cut-off al vast te staan. De cut-off moet dus plaatsvinden voor de sluiting van de beurzen waarop de activa verhandeld worden waarin de icbe belegt. Door forward pricing voorkomt men dat partijen op basis van koersontwikkelingen vooraf kunnen inschatten welke kant de intrinsieke waarde op gaat bewegen. Hier kan misbruik van gemaakt worden en dit kan ten koste kan gaan van andere deelnemers. Tot slot dient een beleggingsinstelling deelnemers te compenseren indien er fouten zijn gemaakt in de waardering waar deelnemers materieel last van hebben gehad.
In de icbe-Richtlijn is bepaald dat de waardering accuraat, correct en in het belang van de deelnemers moet zijn.6 Deze vereisten zijn echter niet nader uitgewerkt maar dienen vastgelegd te zijn in de toepasselijke nationale wetgeving, het fondsreglement of de statuten. Een bewaarder moet zich ervan vergewissen dat de waardering van deelnemingsrechten plaatsvindt conform de relevante wetgeving en de fondsdocumentatie.7 Meer is echter niet bepaald in de Icbe-Richtlijn. Lidstaten bepalen zelf hoe icbe’s om moeten gaan met fouten in de waardering en wanneer deelnemers gecompenseerd dienen te worden.
Bepalingen over waardering, kosten en liquidaties zijn waardevolle toevoegingen aan de icbe-regelgeving.