RvdW 2025/966:Eendaadse samenloop van belaging (art. 285b lid 1 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling (art. 285 lid 1 Sr) van zijn ex-partner. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade (art. 6:106 BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. a.g.v. bewezenverklaarde belaging met als pleegperiode 13 januari 2022 t/m 21 maart 2022 toegewezen tot bedrag van € 2.500, vermeerderd met wettelijke rente. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit overwegingen hof niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door hof vastgestelde omstandigheden hof de toewijzing van vordering b.p. heeft gebaseerd. Daarbij neemt HR in aanmerking dat stukken die door b.p. zijn overgelegd ter onderbouwing van door haar geleden schade dateren van (ruim) voor bewezenverklaard feit. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR 18 juni 2019, NJ 2019/380, m.nt. W.H. Vellinga). Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing.