Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.17
5.8.17 Oneigenlijk gebruik verzetsrecht
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648734:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bedacht moet worden dat wanneer het verzoek van de schuldeiser die verzet aantekent, wordt toegewezen de keus heeft om de zekerheden daadwerkelijk te stellen of om de bestaande hoofdelijke aansprakelijkheid te laten doorlopen. Indien de door de rechter bevolen zekerheden niet worden gesteld, zal het verzet van de schuldeiser als gegrond worden aangemerkt, ten gevolge waarvan een van de voorwaarden voor het beëindigen van de overblijvende (hoofdelijke) aansprakelijkheid van de rechtspersoon die de overblijvende aansprakelijkheid wenst te beëindigen niet is voldaan en deze aansprakelijkheid derhalve doorloopt. De aansprakelijkheid loopt alleen door ten aanzien van de schuldeiser(s) die verzet heeft/hebben aangetekend.
In het kader van herfinancieringen worden niet zelden herstructureringen uitgevoerd. Dat dit gepaard gaat met het intrekken van 403-verklaringen en een daaropvolgende voorgenomen beëindiging van de resterende aansprakelijkheid, zal geen verrassing zijn. De consoliderende rechtspersoon, vaak een groepshoofd of het hoofd van het gehele concern, vervult regelmatig de rol van ‘concernbank’. De financieringscapaciteit van de consoliderende rechtspersoon kan dan ook van groot belang zijn voor het gehele concern. Het moeten verstrekken van zekerheden door de consoliderende rechtspersoon leidt ertoe dat de financieringscapaciteit afneemt.
Een schuldeiser van het concern, die om welke reden dan ook belang kan hebben bij het uitoefenen van een bepaalde druk, kan zijn verzetsrecht misbruiken. Dit misbruik kan zich manifesteren door zekerheid te verlangen voor vorderingen waarvoor geen (aanvullende) zekerheid nodig is. De gerechtelijke toetsing binnen de verzoekschriftprocedure zou moeten voorkomen dat verzet in die gevallen wordt toegewezen.
Een andere wijze waarop misbruik kan plaatsvinden, is het verzoeken om zekerheid ten aanzien van vorderingen die worden betwist. Met name in de situatie waarin een juridische procedure aanhangig of aanstaande is, kan de dreiging met een verzoek om zekerheid voor een niet bestaande vordering of een sterk opgeblazen vordering de rechtspersoon die de overblijvende aansprakelijkheid wenst te beëindigen wel eens een duwtje geven om toch maar akkoord te gaan met een schikkingsvoorstel. De schuldeiser kan de dreiging van het verzet gebruiken als wisselgeld in onderhandelingen. Indien er een verplichting tot het stellen van zekerheden voor aanzienlijke bedragen dreigt,1 kan haar positie en die van het concern in het gedrang komen. Het stellen van zekerheden of het voortbestaan van aansprakelijkheden, kunnen (grote) beperking meebrengen met betrekking tot het aantrekken van financieringen.