Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/5.3.1:5.3.1 Rechtvaardig
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/5.3.1
5.3.1 Rechtvaardig
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258496:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Panel Report van 27 april 2009, Colombia — Indicative Prices and Restrictions on Ports of Entry, WT/DS366/R, aangenomen op 20 mei 2009.
Panel Report van 15 november 2010, Thailand-Customs and Fiscal Measures on Cigarettes from the Philippines, WT/DS371/R, aangenomen op 15 juli 2011, aangepast n.a.v. het Appellate Body Report, WT/DS371/AB/R.
Panel Report van 12 november 2018, Thailand-Customs and Fiscal Measures on Cigarettes from the Philippines, WT/DS371/RW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het element ‘rechtvaardig’ houdt verband met het non-discriminatiebeginsel dat als algemeen principe ten grondslag ligt aan het juridisch raamwerk van de WHO. Dat houdt meer concreet in dat de methoden voor de vaststelling van de douanewaarde alsmede de douanewaardebepalingen van algemene toepassing moeten zijn, ongeacht de herkomst van de goederen. Het rechtvaardig moeten toepassen van de douanewaardebepalingen brengt daarnaast met zich dat de douanewaarde niet als een non-tarifaire maatregel toegepast mag worden ter bescherming van de eigen industrie. Het onrechtvaardig behandelen van goederen in het land van invoer kan namelijk als een non-tarifaire handelsbelemmering worden ervaren zoals in de onderdelen 5.3.1.1 en 5.3.1.2 nader geïllustreerd is.
Rechtvaardig houdt tevens in dat de douanewaardebepalingen zorgvuldig geformuleerd moeten worden en dat aan de douaneautoriteiten en importeurs ter vaststelling van de douanewaarde bepaalde rechten en verplichtingen worden gegund en dat deze ook worden nageleefd. Indien een verplichting door een douaneautoriteit van een WHO-lid niet wordt nageleefd, kan een andere WHO-lid daarover een klacht indienen door het initiëren van een procedure bij het DSB (onderdeel 3.2.4.3). Een klacht kan ook worden ingediend indien de douanewaardebepalingen uit de CVA niet juist zijn overgenomen in de douanewetgeving van een WHO-lid. In dat kader kan ter illustratie worden gewezen op een door Panama aangebrachte zaak tegen Colombia – Indicative Prices and Restrictions on Ports of Entry1 (onderdeel 5.3.1.1) en de zaken die bekend staan onder de namen Thailand Cigarettes I2 en Thailand Cigarettes II3 en door de Filipijnen zijn geïnitieerd (onderdeel 5.3.1.2). Voornoemde zaken worden uitvoerig besproken, omdat zij illustratief zijn voor de invulling van het uitgangspunt dat het douanewaardesysteem rechtvaardig moet zijn. In beide zaken worden de procedures – en daarmee de verplichtingen die aan een WTO-lid onder de CVA zijn opgelegd – niet nageleefd. Daarnaast is een bespreking van de zaken gepast, omdat geen andere procedures bij de DSB aanhangig zijn (geweest) die primair op de vaststelling van de douanewaarde zien. Zij geven daarom een exclusief inzicht in de wijze waarop het WHO-geschillenbeslechtingsorgaan de CVA zelf in voorkomende gevallen interpreteert.
5.3.1.1 Dispute Settlement WHO: Colombia – Indicative Prices and Restrictions on Ports of Entry5.3.1.2 Dispute Settlement WHO: Thailand Cigarettes I en Thailand Cigarettes II