Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.4.1.2.1
3.4.1.2.1 Richtlijnhistorie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291082:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In de Deense taalversie van art. 9 lid 1, tweede alinea Btw-richtlijn wordt het begrip ‘virksomhed’ gehanteerd, in de Duitse taalversie het begrip ‘Tätigkeiten’, in de Engelse taalversie ‘activity’, in de Franse taalversie ‘activités’, in de Italiaanse ‘attività’. In al deze taalversies wordt in de definitie van het begrip ‘economische activiteit’ hetzelfde woord gebruikt als in het begrip zelf. Ik hanteer in het vervolg daarom het begrip ‘activiteiten’ in plaats van werkzaamheden.
Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Definitie, geraadpleegd op 2 april 2021.
Vgl. G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 99-100 en A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 152.
In vergelijkbare zin: J.J.P. Swinkels, De belastingplichtige en de Europese BTW (diss.), Den Haag: Koninklijke Vermande 2001, p. 134-135 en W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 40-41.
Ook in andere taalversies wordt voor het begrip ‘handeling’ een ander woord gebruikt dan voor activiteit. Zo wordt in de Deense taalversie van art. 9 lid 1, tweede alinea Btw-richtlijn het begrip ‘transaktioner’ gehanteerd, in de Duitse taalversie ‘Umsätze’, in de Engelse taalversie ‘transactions’, in de Franse taalversie ‘opérations’ en in de Italiaanse taalversie ‘operazioni’.
In art. 18, aanhef en onderdeel c en art. 74 Btw-richtlijn wordt de beëindiging van een onderneming aangeduid als de ‘beëindiging van een belastbare economische activiteit’. Op grond van art. 287, punt 13 Btw-richtlijn krijgt Malta de bevoegdheid om belastingplichtigen vrij te stellen wanneer de jaarlijkse omzet niet hoger is dan € 37.000 wanneer de economische activiteit voornamelijk bestaat uit goederenleveringen, € 24 300 wanneer de economische activiteit voornamelijk bestaat uit diensten met een lage toegevoegde waarde (hoge inputs), en € 14 600 in andere gevallen, namelijk diensten met een hoge toegevoegde waarde (lage inputs)’. In art. 311 lid 1 punten 5 en 6 Btw-richtlijn wordt ‘in het kader van een economische activiteit’ gehanteerd als een synoniem voor ‘in het kader van de onderneming’ of ‘bedrijfs- of beroepsmatig’. In gelijke zin: W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 41.
Kamerstukken I 2014/15, 34 003, F, p. 4-5. Zie hierover nader: N.M.A. van Kreveld en A.O. Lubbers, ‘De ondernemingstoets: de invulling van het begrip “activiteit”, WFR 2018/68.
Een vergelijking van de verschillende taalversies van de eerste zin van art. 9 lid 1, tweede alinea Btw-richtlijn laat zien dat het begrip ‘werkzaamheden’ in de Nederlandse taalversie moet worden gelezen als ‘activiteiten’.1 Dit betekent dat de definitie van het begrip ‘economische activiteit’ niet voldoet aan de eisen van een goede definitie, omdat zij circulair is (lees: het woord ‘activiteit’ komt zowel in het begrip als in de definitie voor).2 Uit de definitie van het begrip ‘economische activiteit’ is daardoor niet af te leiden wat als een activiteit beschouwd wordt. Toch betekent dit niet dat over de reikwijdte van het begrip ‘activiteit’ niets kan worden gezegd. Uit de beschrijving van de belastbare handelingen door een als zodanig handelende belastingplichtige in art. 2 lid 1, onderdelen a, b en c Btw-richtlijn blijkt dat het begrip ‘activiteit’ niet beperkt is tot uitgaande handelingen (de leveringen en diensten onder bezwarende titel). Ook de intracommunautaire verwerving van goederen door een als zodanig handelende belastingplichtige wordt in deze bepaling immers als een belastbare handeling aangemerkt. Dit betekent dat het begrip ‘economische activiteit’ ruim genoeg is om ook ingaande handelingen te omvatten. De conclusie die hieruit volgt is dat het begrip ‘economische activiteit’ zowel op uitgaande als ingaande handelingen betrekking heeft.3
Het onbepaalde voornaamwoord ‘alle’ laat voorts zien dat het begrip ‘activiteiten van de producent, handelaar of diensteverrichter’ geen betrekking heeft op een afzonderlijke (belastbare) handeling, maar op een geheel van handelingen: de materiële onderneming.4 Steun voor deze opvatting is in de eerste plaats te vinden in art. 2 lid 1 Btw-richtlijn waarin voor afzonderlijke transacties een ander woord, het begrip ‘(belastbare) handeling’, wordt gebruikt.5 Daarnaast wordt het begrip ‘economische activiteit’ in een aantal bepalingen in de Btw-richtlijn gehanteerd als synoniem voor de gehele onderneming.6 Ook buiten de Europese btw wordt het begrip ‘activiteit’ gebruikt om een groter geheel te duiden. Zo wordt in de Nederlandse vennootschapsbelasting het begrip ‘activiteit’ in het kader van de ondernemingstoets uitgelegd als een samenhangend geheel van handelingen om iets tot stand te brengen of te produceren.7