Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.3.4.1.b:Het dossier en lekkage
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.3.4.1.b
Het dossier en lekkage
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS451965:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Th.O.M. Dieben, ‘Kennisneming processtukken tijdens het vooronderzoek’, punt 6.a., in: C.P.M. Cleiren, M.J.M. Verpalen & J.H. Crijns (red.), Tekst & Commentaar Strafvordering, Deventer: Kluwer online, laatst bijgewerkt op 15 augustus 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede manier waarop de politie zelf informatie kan lekken, is via het dossier. In de huidige praktijk kunnen processtukken tijdens het lopende onderzoek aan de verdediging worden onthouden (zie onder andere artikelen 30 lid 3 Sv en 126aa lid 3 Sv). In het belang van de afname van de GKT op een later tijdstip is het mogelijk dat informatie wordt achtergehouden. Als de verdachte en zijn raadsman (een deel van) het dossier ontvangen, dan wordt door de autoriteiten namelijk daderkennis verstrekt. Deze lekkage is veel duidelijker en vollediger dan het confronteren tijdens een verhoor. Als het dossier wordt vrij gegeven, bestaat geen mogelijkheid tot afname van (neuro)geheugendetectie (uitgaande van een afgerond dossier). De GKT dient derhalve altijd te worden afgenomen voordat de verdediging de beschikking krijgt over het dossier.
Het uitgangspunt van artikel 30 Sv is dat de verdachte kennis mag nemen van processtukken, in elk geval vanaf het eerste verhoor na aanhouding. Artikel 30 lid 3 Sv bepaalt dat processtukken kunnen worden onthouden aan de verdediging in het belang van het onderzoek. Volgens Dieben is
‘onthouden van processtukken […] alleen gerechtvaardigd indien ernstig te vrezen valt dat de verdachte, door kennis te nemen van de inhoud van deze processtukken, de waarheidsvinding ernstig zou kunnen belemmeren’.1
Door kennis te nemen van processtukken kan de waarheidsvinding door middel van het inzetten van de GKT onmogelijk worden.
Het belemmeren is in dit geval geen actieve, fysieke handeling maar een cognitief proces. Door het verkrijgen en in het geheugen opslaan van informatie kan de GKT waarschijnlijk niet meer worden afgenomen. In het begin van het opsporingsonderzoek lijkt mij dat de processtukken kunnen worden onthouden, in het belang van het afnemen van de (neuro)geheugendetectietest. De afweging tussen de rechten van de verdediging en de waarheidsvinding kan in een later stadium van het opsporingsonderzoek mogelijk anders uitvallen. Het bepalen van de proceshouding wordt belangrijker als het onderzoek ter terechtzitting nadert. Naast de beperktere kansen op lekkage van informatie, is het vanuit de effectieve verdediging ook belangrijk de GKT zo vroeg mogelijk af te nemen. Processtukken hoeven dan minder lang aan de verdediging te worden onthouden.