Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.4.4
6.4.4.4 Uitvoering van werk
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS394044:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
P.G.H. Albert, a.w., blz. 36.
Paragraaf 17 van het OESO-Commentaar op art. 5 OESO-Modelverdrag.
Paragraaf 18 van het OESO-Commentaar op art. 5 OESO-Modelverdrag.
Paragraaf 19 van het OESO-Commentaar op art. 5 OESO-Modelverdrag.
C. van Raad/F.P.G. Pötgens en G.T.W. Janssen, a.w., paragraaf 3.2.4.C, c.
Paragraaf 20 van het OESO-Commentaar op art. 5 OESO-Modelverdrag.
Art. 5, derde lid, OESO-Modelverdrag bepaalt dat een bouwlocatie, constructie-of installatieproject een vaste inrichting vormt als de werkzaamheden die daarbij worden uitgevoerd langer dan twaalf maanden duren. Meestal is in deze gevallen geen sprake van een vaste inrichting in de zin van art. 5, eerste lid, OESO-Modelverdrag omdat de vereiste duurzaamheid ontbreekt.1 Tot werkzaamheden die worden verricht bij een bouwlocatie, constructie- of installatieproject behoren niet alleen de constructie van gebouwen, maar ook de aanleg van wegen, bruggen en kanalen, de verbouwing van gebouwen, het aanleggen van pijpleidingen, graafwerkzaamheden en baggeren.2 De twaalfmaanden-test geldt per locatie of project. Er is sprake van één locatie of project ook als twee of meer contracten worden aangegaan voor de uitvoering, mits de onderdelen commercieel en geografisch met elkaar samenhangen.3 De twaalf-maanden-termijn wordt gerekend vanaf het moment waarop de ondernemer zijn werk begint. Daarbij wordt voorbereidend werk, bijvoorbeeld de oprichting van een kantoor waar de werkzaamheden worden ingepland, meegerekend voor de aanvang van de twaalf-maanden-termijn. Tijdelijke onderbrekingen van het werk, bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden, worden meegerekend bij het bepalen van de twaalf-maanden-termijn. Als een ondernemer een onderaannemer aanstelt, wordt de periode waarin deze onderaannemer zijn werkzaamheden verricht ook meegeteld.4 Een project kan echter nooit een vaste inrichting opleveren van de opdrachtgever. Pas als de opdrachtgever de locatie betrekt, ontstaat mogelijk – als aan alle andere voorwaarden voor het bestaan van een vaste inrichting is voldaan – een vaste inrichting van de opdrachtgever.5 Soms brengt de aard van het project met zich dat de activiteiten zich steeds geografisch verplaatsen, bijvoorbeeld bij de aanleg van een weg. Ook is het mogelijk dat bijvoorbeeld delen van zeeplatforms worden geassembleerd op verschillende locaties binnen een land en vervolgens worden overgebracht naar een andere locatie binnen dat land waar het werk wordt afgerond. In beide gevallen vormt het werk een vaste inrichting als de werkzaamheden in zijn geheel bezien langer dan twaalf maanden duren.6