Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.3.2
8.3.2 Ontvankelijkheid
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186560:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 3 juni 1994, NJ 1995/341 (Antillen/Komdeur q.q. II), r.o. 3.3, over de regresvordering van een borg, die toen nog als vordering onder opschortende voorwaarde werd beschouwd, zie HR 3 juni 1994, NJ 1995/340 (Antillen/Komdeur q.q. I). Zie verder Rb. Rotterdam 7 juli 2010, JOR 2011/197 (Amex).
Zo ook Verstijlen 2015, par. 5.2, p. 745, anders: Rb. Rotterdam 7 juli 2010,JOR 2011/197 (Amex), r.o. 5.6 en Rb. Overijssel 15 april 2015, RI 2015/84 (EduPer & Docklink), r.o. 2.10.
Vgl. enerzijds HR 28 juni 1991, NJ 1991/727 (Brandwijk-Guis/Jurgens q.q.), r.o. 3 en anderzijds HR 13 juni 1928, NJ 1928, p. 1379 (Tent/Kalma q.q.).
Zie HR 28 juni 1991, NJ 1991/727 (Brandwijk-Guis/Jurgens q.q.), r.o. 3, HR 9 juni 2000, NJ 2000/577, JOR 2000/158 (Durmaz/Kramer q.q.), r.o. 3.3.2, conclusie van A-G Timmerman voor HR 5 september 2003, JOR 2003/289 (Von Bertleff), onder 4.6 met verdere verwijzingen, HR 21 januari 2005, NJ 2005/249 (Jomed I), r.o. 3.6, J.J. van Hees 2004, onder 6, Verstijlen 2015, par. 3 en 5.1 en Wessels Insolventierecht IV 2015/4229.
515. Een achtergestelde schuldeiser is een van de schuldeisers in het faillissement. De curator is dus mede aangesteld ter behartiging van zijn belangen. Daarom kan ook een achtergestelde schuldeiser de controlebevoegdheid van artikel 69 Fw uitoefenen. Dat geldt ook als de achterstelling de juniorvordering tot een vordering onder opschortende voorwaarde maakt.1
Een schuldeiser kan ook ontvankelijk zijn in zijn verzoek als er voor hem geen uitkering te verwachten is uit het faillissement.2 Van dat persoonlijke belang moet worden geabstraheerd. Ook schuldeisers die op het moment van indiening van het verzoek geen uitkering uit de boedel kunnen verwachten behoren immers tot de schuldeisers in wier belang de curator is aangesteld. Sterker nog, juist deze schuldeisers hebben bij uitstek belang bij een ‘richtig beheer’ van de boedel, omdat voor hen het verhaal van hun vordering op het spel staat.3 Daarom moeten juist deze schuldeisers controle op de curator kunnen uitoefenen.
De ontvankelijkheid van een schuldeiser die geen uitkering kan verwachten geeft hem geen onredelijke invloed op de afwikkeling van het faillissement omdat een ontvankelijk verzoek vervolgens nog inhoudelijk moet worden beoordeeld. Het verzoek wordt alleen toegewezen als dat bijdraagt aan de correcte afwikkeling van het faillissement.
Veel verzoeken op grond van artikel 69 Fw worden afgewezen omdat zij niet zijn gestoeld op een belang van de schuldeiser in zijn hoedanigheid van schuldeiser, maar op een ander eigen belang van de betreffende schuldeiser, bijvoorbeeld als wederpartij van de curator in een procedure.4 Dat kan ook spelen bij een verzoek gedaan door een achtergestelde schuldeiser, maar de achterstelling beïnvloedt die vraag niet. Bij de beoordeling of het verzoek de schuldeisersbelangen betreft is het niet relevant of zijn vordering is achtergesteld. De achterstelling heeft immers geen effect op de scheiding tussen schuldeisersbelangen en andere belangen van de verzoeker.