Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.3
5.11.3 Artikel 4.218 § 1 BBW: grove belediging van de nagedachtenis van de erflater
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859203:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 56 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015), Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 385 en Pintens e.a. p. 953.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 56 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015) en Dekkers & Casman 2010, p. 785.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 56 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015) en Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 385.
Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 385. Vgl. ook Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 56 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015).
Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 56-57 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015), Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 385-386 en Pintens e.a. 2010, p. 953-954.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 56 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015), Dekkers & Casman 2010, p. 785, Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 386 en Pintens e.a. 2010, p. 953.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1047, p. 57 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015), Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 386 en Pintens e.a. 2010, p. 953-954.
Een legaat kan tot slot worden herroepen wegens grove belediging van de nagedachtenis van de erflater. De rechter beoordeelt wanneer hiervan sprake is, waarbij geldt dat deze grond restrictief wordt geïnterpreteerd.1 Het moet gaan om schandelijk gedrag van de legataris, onterend voor de erflater.2 Hierbij geldt dat het gedrag zich na het overlijden van de erflater moet voordoen.3 Het gaat bij deze grond eerder om beledigingen die op het morele en persoonlijke vlak liggen, dan handelingen die zien op de nalatenschap en de goederen.4 Hierbij kan gedacht worden aan seksueel gedrag in combinatie met een belediging van de nagedachtenis van de erflater of het opstellen en het na zijn overlijden gebruiken van een vals testament.5 Enkel het bekritiseren van het testament, het karakter van de erflater of diens levenswijze, slecht gedrag, heling of het verduisteren van goederen van de nalatenschap zijn onvoldoende voor een geslaagd beroep op deze herroepingsgrond.6
De legataris begaat bij deze herroepingsgrond de gedraging na het overlijden van de erflater. Bij het voorbeeld over het valselijk opgemaakte testament zag het handelen na het overlijden op het gebruik maken van dit testament.7