De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.2.1:5.2.1 Inleiding
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.2.1
5.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS389792:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor historische overzichten inzake de bestrijding van mensenhandel in het internationale recht ook Obokata 2006, p. 10-22, Scarpa 2008, p. 42-68, Gallagher 2010, p. 54-131.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strijd tegen de Trans-Atlantische ‘zwarte’ slavenhandel ontwikkelt zich in het internationale recht afzonderlijk van de bestrijding van de destijds ‘witte’ slavenhandel gericht op seksuele uitbuiting. In de negentiende eeuw komen verdragen tegen de Trans-Atlantische slavenhandel tot stand. In de twintigste eeuw worden verdragen tegen de handel in witte seksslavinnen ontwikkeld. In deze eeuw wordt (na de Eerste Wereldoorlog) tevens de Internationale Arbeidsorganisatie opgericht en deze ontwerpt verdragen met het oog op een humanitair arbeidsbeleid, waaronder een verbod op gedwongen arbeid. Vanaf de eenentwintigste eeuw worden slavernij en vrouwenhandel niet meer als los van elkaar staande fenomenen beschouwd, maar gezien als aanverwante verschijnselen. Van een traditionele definitie van slavernij waarbij slaven het eigendom zijn van anderen wordt gegaan naar een moderne invulling van mensenhandel waarbij daders praktisch de controle hebben over een ander individu met als doel uitbuiting. Deze uitbuiting kan zich voordoen in alle soorten bestaande sociaaleconomische industrieën. De komst van het VN Protocol mensenhandel in 2000 voorziet voor het eerst in een internationale definitie van mensenhandel en vestigt bovendien de aandacht naast seksuele exploitatie nadrukkelijk op uitbuiting buiten de seksindustrie.
Hierna komen in afzonderlijke subparagrafen de anti-slavernij en slavenhandelverdragen uit de 19e en 20e eeuw, de anti-vrouwenhandel en kinderhandel verdragen uit de 20e eeuw, de ILO verdragen uit de 20e eeuw en tot slot de anti-mensenhandelverdragen uit de 21e eeuw aan de orde. De wetsgeschiedenis is relevant omdat deze invloed heeft gehad op de huidige interpretatie van het fenomeen mensenhandel en uitbuiting.1 De UVRM, het IVBPR en het EVRM worden in dit overzicht buiten beschouwing gelaten en komen in paragraaf 5.4 zelfstandig aan de orde.