Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.6.1:6.6.1 Grove schuld en een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.6.1
6.6.1 Grove schuld en een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS573529:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strafbepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte vormen uitsluitend opzetdelicten. Als slechts schuld kan worden vastgesteld, kan het strafbare feit niet worden bewezen. In het fiscale boeterecht is het grofschuldig veroorzaken van een onjuiste belastingheffing en het grofschuldig ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting echter wel beboetbaar gesteld. Hierna worden de situaties beschreven waarin zowel een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt in de aangifte is verwerkt als waarin ook aan de vereisten voor grove schuld is voldaan. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt bij de vaststelling van grove schuld geen rol vervult.
Als, zoals zojuist in paragraaf 6.5.1.1 uitgewerkt, het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt een aparte invulling van het aanvaardingsvereiste tot gevolg heeft, heeft de belastingplichtige in de hiervoor in paragraaf 6.3.2.1 en 6.3.2.2 beschreven situaties zijn onjuiste aangifte weliswaar niet met voorwaardelijk opzet, maar mogelijk wel met bewuste grove schuld gedaan. Door de aparte invulling van het aanvaardingsvereiste worden de situaties waarin kan worden gesproken van voorwaardelijk opzet beperkt, maar worden tegelijkertijd de situaties waarin mogelijk kan worden gesproken van bewuste grove schuld uitgebreid.
Als het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt, zoals zojuist in paragraaf 6.5.2.1 uitgewerkt, geen bijzondere rol bij de vaststelling van het opzet vervult, heeft de belastingplichtige uitsluitend in de hiervoor in paragraaf 6.3.2.2 beschreven situatie zijn onjuiste aangifte niet met voorwaardelijk opzet, maar mogelijk wel met bewuste grove schuld gedaan.
Voorts heeft een belastingplichtige die geen standpunt op het oog had of niet heeft ingezien dat zijn standpunt slechts pleitbaar was, omdat hij meende dat zijn standpunt en/of zijn aangifte juist waren, zowel in het fiscale straf- als in het fiscale boeterecht niet met opzet gehandeld, maar mogelijk wel met onbewuste grove schuld.
Als het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt bij de vaststelling van grove schuld geen rol zou vervullen, zou, om in de zojuist beschreven situaties tot grove schuld te kunnen concluderen, van belang zijn of de belastingplichtige kan worden verweten dat hij, in strijd met de voorzichtigheid of zorgvuldigheid die van hem kan en mag worden verwacht, geen of onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juiste interpretatie of toepassing van de bepalingen van het belastingrecht.1
Het pleitbare standpunt vervult in de fiscale boetejurisprudentie echter wel een rol. De belastingplichtige kan door een standpunt in de aangifte te verwerken dat uiteindelijk niet juist, maar wel naar objectieve maatstaven pleitbaar blijkt te zijn, namelijk zonder meer redelijkerwijs menen juist te handelen.2 Als gevolg hiervan kan in de zojuist besproken situaties waarin het weten en/of het willen ontbreekt geen bewuste of onbewuste grove schuld worden vastgesteld.
Het grove schuldbegrip is, in tegenstelling tot het opzet waarbij het uitsluitend draait om het individuele weten en willen, een begrip dat wordt ingevuld aan de hand van in de maatschappij levende opvattingen. De gedragsnorm dat een belastingplichtige die een standpunt in zijn aangifte heeft verwerkt dat uiteindelijk niet juist, maar naar objectieve maatstaven wel pleitbaar blijkt te zijn, zonder meer redelijkerwijs kan menen juist te handelen, is daarom met de invulling van het grove schuldbegrip te verenigen.3 Dankzij deze gedragsnorm heeft een belastingplichtige die er ten tijde van het doen van de aangifte vanuit is gegaan dat hij een juiste standpunt innam en/of een juiste aangifte deed, zoals zojuist opgemerkt, niet grofschuldig gehandeld. Deze belastingplichtige blijft derhalve, conform het derde uitgangspunt, straffeloos.
De bestaande fiscale boetejurisprudentie is hiermee niet alleen in lijn met de uitgangspunten die in dit hoofdstuk worden gehanteerd, maar er is ook aansluiting bij beide voorstellen voor een eenduidige juridische behandeling.