Grensoverschrijdende overgang van onderneming
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/2.8.1:2.8.1 Collectieve overeenkomsten
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/2.8.1
2.8.1 Collectieve overeenkomsten
Documentgegevens:
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS430890:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Even 2013, p. 317.
HvJ EG 17 december 1987, NJ 1989, 674 (Ny Mølle Kro).
HvJ EU 11 september 2014, JAR 2014/263 m.nt. R.M. Beltzer (Österreichischer Gewerkschaftsbund/Wirtschaftskammer Österreich).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 3 lid 3 van de richtlijn overgang van onderneming bepaalt omtrent de overgang van de in een collectieve overeenkomst vastgelegde arbeidsvoorwaarden:
‘Na de overgang handhaaft de verkrijger de in een collectieve overeenkomst vastgelegde arbeidsvoorwaarden in dezelfde mate als in deze overeenkomst vastgesteld voor de vervreemder, tot op het tijdstip waarop de collectieve overeenkomst wordt beëindigd of afloopt, of waarop een andere collectieve overeenkomst in werking treedt of wordt toegepast.
De lidstaten kunnen het tijdvak waarin de arbeidsvoorwaarden moeten worden gehandhaafd beperken, mits dit tijdvak niet korter is dan één jaar.’
Uit artikel 3 lid 3 richtlijn overgang van onderneming blijkt dat een zekere afweging moet worden gemaakt tussen de belangen van de werknemers die overgaan en die van de verkrijger.1
Artikel 3 lid 3 van de richtlijn overgang van onderneming beoogt te verzekeren dat de verkrijger de ingevolge een collectieve overeenkomst geldende arbeidsvoorwaarden handhaaft ten aanzien van de werknemers die op het tijdstip van de overgang reeds bij de onderneming werkzaam waren, doch niet ten aanzien van degenen die eerst na dat tijdstip in dienst zijn genomen.2
In Oostenrijk bepaalt § 13 Arbeitsverfassungsgesetz (ArbVG) dat de collectieve overeenkomst na beëindiging ervan haar rechtsgevolgen behoudt ‘totdat voor deze arbeidsbetrekkingen een nieuwe collectieve overeenkomst in werking treedt of met de betrokken werknemers een nieuwe individuele overeenkomst wordt gesloten’. Met § 13 ArbVG wordt een vorm van wettelijke nawerking gecreëerd, waarbij de cao als cao nawerkt door wetsduiding. Op de vraag of artikel 3 lid 3 richtlijn overgang van onderneming ook geldt voor een reeds beëindigde, maar krachtens § 13 ArbVG wettelijk nawerkende cao overwoog het Hof van Justitie dat artikel 3 lid 3 verlangt dat de bij collectieve overeenkomst vastgestelde arbeidsvoorwaarden worden gehandhaafd, zonder dat de specifieke oorsprong van de toepassing ervan doorslaggevend is.3 Het is niet relevant welke techniek is gebruikt om die arbeidsvoorwaarden van toepassing te maken. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld:
‘(…) dat artikel 3, lid 3, van richtlijn 2001/23 aldus moet worden uitgelegd dat arbeidsvoorwaarden die bij collectieve overeenkomst zijn vastgesteld en naar het recht van een lidstaat, ondanks de beëindiging van die overeenkomst, nawerken ten aanzien van de arbeidsbetrekkingen die direct vóór de beëindiging ervan daaronder vielen, totdat voor deze arbeidsbetrekkingen een nieuwe collectieve overeenkomst in werking treedt of met de betrokken werknemers een nieuwe individuele overeenkomst wordt gesloten, “in een collectieve overeenkomst vastgelegde arbeidsvoorwaarden” in de zin van die bepaling zijn.’