De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.2.1:4.6.2.1 Algemeen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.2.1
4.6.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399505:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veel lidstaten (en niet-lidstaten) kenden reeds de figuur van het waarborgfonds voordat de 2e Richtlijn de oprichting of erkenning ervan in de lidstaten verplicht stelde. Daarin ligt dan ook minder het vernieuwende karakter van deze Richtlijn dan in de bepalingen die de inhoud van de door de waarborgfondsen geboden bescherming regelen. Inhoudelijk is de dekking die door de waarborgfondsen moet worden gegeven met de 3e en met de 5e Richtlijn verbeterd. De inhoud van deze bescherming komt uitvoeriger aan de orde in hoofdstuk 5. Hier gaat het om de vraag welke benadeelden toegang hebben tot het waarborgfonds en aan welke voorwaarden daarvoor moet zijn voldaan.
De Richtlijn regelt het waarborgfonds in hoofdstuk 4, dat uit twee artikelen bestaat. In art. 10 lid 1, eerste alinea wordt bepaald dat in elke lidstaat een orgaan moet worden ingesteld of erkend dat materiële schade en lichamelijk letsel dient te vergoeden die is veroorzaakt door niet-geïdentificeerde voertuigen of door voertuigen waarvoor niet aan de in art. 3 van de Richtlijn voorgeschreven verzekeringsplicht is voldaan. De tweede alinea van dit artikellid staat vervolgens toe dat het waarborgfonds een subsidiaire rol krijgt; deze subsidiariteit komt nader aan de orde in paragraaf 4.63.
De leden twee en drie van art. 10 omschrijven vervolgens de dekking die het waarborgfonds moet bieden. Het vierde lid bepaalt dat elke lidstaat zijn eigen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen op de vergoeding door het waarborgfonds toepast, onverminderd elke andere regeling die voor de benadeelde voordeliger is.
Art. 11 van de Richtlijn schrijft voor dat de lidstaten een regeling moeten treffen voor het geval het waarborgfonds en een verzekeraar verschil van mening hebben over de vraag wie van hen de schade van de benadeelde moet vergoeden.