Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.6.2
5.6.2 Beperking van de rechten tijdens faillissement
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675772:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663, r.o. 3.5 (Dexia).
Vgl. Paal/Pauly 2018, rn. 10. Vgl. HvJ EU 16 december 2008, ECLI:EU:C:2008:727, r.o.56 (Satakunnan Markkinapörssi en Satamedia). Zie ook HvJ EU 9 november 2010 ECLI:EU:C:2010:662, r.o. 77 en 86 (Volker und Markus Schecke en Eifert) en HvJ EU 7 november 2013 ECLI:EU:C:2013:715, r.o. 39 (Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars (BIV)/Geoffrey Englebert). Zie ook Remmert 2019, rn. 41.
Zie onder meer Ausloos, Mahieu & Veale 2019, p. 284: “Data subject rights are of critical importance in the European data protection regime”. Vgl. bijv. ook art. 8 lid 2 Handvest: ‘Eenieder heeft recht op toegang tot de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan.’
Vgl. EDPS 2020, p. 6.
An Coimisiún um Chosaint Sonraí, Limiting Data Subject Rights and the Application of Article 23 of the GDPR’, p. 2, via dataprotection.ie/en/guidance-landing/limiting-data-subject-rights-and-application-article-23-gdpr.
EDPB 10/2020, rn. 14.
Verstijlen 2018, p. 327.
Voor de partij die de beperking gaat formuleren (wetgever, danwel INSOLAD of Recofa) is van belang dat de EDPB stelt dat: “A proposed restriction measure should be supported by evidence describing the problem to be addressed by that measure, how it will be addressed by it, and why existing or less intrusive measures cannot sufficiently address it. There is also a requirement to demonstrate how any proposed interference or restriction genuinely meet objectives of general interest of the State and EU or the need to protect the rights and freedoms of others. The restriction of data protection rights will need to focus on specific risks”. (EDPB 10/2020, rn. 450).
Zie bijvoorbeeld Martens 2018.
Voor zover een betrokkene dat laatste recht kan inroepen tegen de curator, vgl. §5.2.1.
Vooropgesteld dient te worden dat de rechten van betrokkenen, bijvoorbeeld het recht op inzage, algemeen erkende rechten zijn die slechts in uitzonderingssituaties kunnen vervallen.1 Een volledige beperking van de mogelijkheden voor betrokkenen om tijdens faillissement hun rechten uit te oefenen, is geen proportioneel middel om het doel van een doelmatige en eerlijke afwikkeling van het faillissement te bereiken.2 Er is voor de betrokkene dan geen enkele mogelijkheid om zijn rechten tegen de curator in te roepen. Deze mogelijkheid tot controle wordt juist gezien als een zeer belangrijk onderdeel van de AVG.3 Het past dan ook slecht in het systeem van de AVG om rechten bij voorbaat geheel uit te sluiten. Artikel 23 AVG spreekt slechts van de mogelijkheid om de reikwijdte van de rechten en verplichtingen te beperken, niet om een recht in het geheel uit te sluiten.4 De Ierse gegevensbeschermingsautoriteit stelt dat een wettelijke regeling die de rechten volledig beperkt “niet voorziet in mogelijkheden voor een persoon om rechtsmiddelen aan te wenden om zijn rechten op het gebied van gegevensbescherming te handhaven” en daardoor “niet toelaatbaar is” omdat de essentie van het grondrecht op effectieve rechtsbescherming niet wordt geëerbiedigd.5 De EDPB heeft inmiddels bevestigd dat rechten niet volledig kunnen worden uitgesloten.6
Is het dan wel mogelijk om bepaalde rechten tijdens faillissement te beperken? Dit zou dan kunnen gaan om rechten die bijzonder tijdrovend zijn om in te willigen of om rechten waar betrokkenen weinig belang bij hebben. Verstijlen lijkt dit laatste ook als uitgangspunt te nemen voor zijn stelling dat een “categorische ‘faillissementsexceptie’ (…) niet [zou] misstaan, al dan niet beperkt tot situaties waarin geen sprake is van voortzetting van een onderneming en de curator verder geen gebruik maakt van de desbetreffende persoonsgegevens”.7 Hij gaat er blijkbaar van uit dat de betrokkene in dat geval geen of minder belang heeft bij de uitoefening van zijn rechten.
Ook bij de beperking van bepaalde rechten geldt dat dit alleen onder zeer strikte voorwaarden zou kunnen. In beginsel past de uitsluiting van bepaalde rechten slecht in het systeem van de AVG. Toch denk ik dat het mogelijk is om bepaalde rechten van betrokkenen in specifieke faillissementssituaties buiten toepassing te laten.8 Dit geldt dan alleen voor de gevallen waarin de uitoefening van bepaalde rechten voor de curator onevenredig bezwarend is in verhouding tot het nut voor de betrokkene. In die situaties mogen rechten beperkt worden vanwege de bijzondere situatie van het faillissement. Bovendien kan dit worden gezien als een beperking vanaf een bepaald moment in tijd en niet als een volledige beperking van de rechten van betrokkenen tijdens faillissement. De curator verkrijgt persoonsgegevens vanwege de bijzondere omstandigheid dat een onderneming failliet gaat. Hij heeft daarmee zelf geen invloed op de hoeveelheid persoonsgegevens die hij verkrijgt. Wel kan die uitzondering mijns inziens alleen gelden voor situaties waarin de curator persoonsgegevens van betrokkenen op geen enkele manier verder verwerkt.
Dat wordt anders wanneer de curator persoonsgegevens van betrokkenen gebruikt om een hogere opbrengst te realiseren, zoals bij de verkoop van persoonsgegevens of het gebruik van persoonsgegevens ten behoeve van een doorstart of voor het voortzetten van een onderneming. In zo’n geval acht ik het niet proportioneel dat de boedel wel van de persoonsgegevens van betrokkenen profiteert, terwijl die betrokkenen minder of geen controle kunnen uitoefenen over deze verwerking van hun persoonsgegevens. Wanneer de curator persoonsgegevens van betrokkenen verder verwerkt – door bijvoorbeeld de onderneming voort te zetten, een doorstart te realiseren of persoonsgegevens over te dragen of door te geven – kunnen de rechten van betrokkenen mijns inziens niet categorisch worden beperkt. Juist tijdens faillissement kan het voor betrokkenen belangrijk zijn om controle te behouden over de verwerking van hun persoonsgegevens, bijvoorbeeld wanneer persoonsgegevens worden overgedragen aan een derde.9 Deze rechten vormen een fundamenteel onderdeel van de AVG. De hierboven genoemde redenen om rechten van betrokkenen niet te beperken, wegen in dit geval zwaarder dan het belang van de curator.
Als de curator de persoonsgegevens van betrokkenen tijdens de afwikkeling van het faillissement echter op geen enkele manier gebruikt, kunnen de rechten van betrokkenen betreffende rectificatie, verwijdering, beperking van de verwerking en bezwaar worden beperkt. Ik denk dat hier ruimte voor is, ondanks de strenge voorwaarden aan de beperking van de rechten van betrokkenen, vanwege de bijzondere situatie van faillissement en de taak van de curator. Voor deze rechten geldt in meer of mindere mate hetzelfde: wanneer de curator persoonsgegevens niet verwerkt op een andere manier dan dat hij ze heeft ontvangen, heeft de betrokkene er geen redelijk belang bij om deze rechten uit te oefenen. Alle persoonsgegevens worden immers door de curator teruggegeven aan de failliet of verwijderd, dus het is bijvoorbeeld niet redelijk om te vereisen dat persoonsgegevens door de curator daarvoor nog gerectificeerd worden. Als waarborg zou in een wettelijke regeling kunnen worden opgenomen dat de curator betrokkenen moet informeren indien de failliet of een andere partij hun persoonsgegevens ook nog heeft. Betrokkenen kunnen zich met hun verzoek dan tot die partij wenden.
Deze mogelijke beperking van rechten van betrokkenen geldt echter niet voor het recht op inzage en het recht op dataportabiliteit.10 Bij deze rechten hebben betrokkenen ook tijdens faillissement een zwaarwegend belang. Voor het recht op dataportabiliteit geldt dat betrokkenen er een redelijk belang bij kunnen hebben dat zij hun persoonsgegevens verkrijgen om die mee te nemen naar een andere aanbieder van vergelijkbare diensten. Het recht op inzage is een fundamenteel vereiste om betrokkenen de mogelijkheid te geven om de verwerking van hun persoonsgegevens te controleren. Deze controle is zo’n belangrijk onderdeel van de AVG dat hier niet van af kan worden geweken om de curator in staat te stellen het faillissement doelmatiger af te wikkelen. Ook de eerdergenoemde functies van empowerment van de betrokkene en transparantie van de verwerking van persoonsgegevens spelen in dit verband een belangrijke rol.
Deze beperking van enkele rechten tijdens faillissement onder omstandigheden, kan de curator helpen om in bepaalde gevallen het faillissement op een doelmatige manier af te wikkelen. Wanneer de curator persoonsgegevens niet verder verwerkt, hoeft hij zich niet bezig te houden met de rechten van rectificatie, verwijdering, beperking van de verwerking en bezwaar. Tegelijkertijd neemt deze oplossing niet alle praktische bezwaren weg. Ook het recht op inzage kan tijdrovend zijn voor de curator. Een beperking van dit recht is gelet op het grote belang van controle echter niet proportioneel.