Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/6.5:6.5 Conclusie
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/6.5
6.5 Conclusie
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973653:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel in de literatuur niet zo geduid, biedt het arrest Afvalzorg/Slotereind goede richting voor de uitleg en toepassing van klachtbedingen. Contractsuitleg staat voorop. Bij klachtbedingen met precies geformuleerde termijnen (bedingtypen Ib-Vb) zal de tekst van het beding tot een duidelijk resultaat leiden. Bij de uitleg van vaag geformuleerde klachttermijnen (zonder precieze tijdsaanduiding) zullen de omstandigheden van het geval moeten worden betrokken. Aan welke omstandigheden bij die uitleg meer of minder gewicht toekomt, hangt af van de sanctie van het beding. Indien het beding rechtsverval als sanctie stelt (bedingtype Ia en Va), kunnen de gezichtspunten van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW, en dan met name de vraag of de schuldenaar nadeel ondervindt als gevolg van het tijdstip van de klacht, als inspiratie dienen. Die nadeelfactor is tevens van belang indien het klachtbeding de schadevergoedingsvordering van de schuldeiser op grond van een niet precies geformuleerde klachttermijn inperkt (bedingtype IIIa). Bij klachtbedingen met een vage klachttermijn en bewijsrepercussies als sanctie (bedingtype IVa) kan belang toekomen aan de mate waarin de waarheidsvinding door het beding wordt belemmerd.
Met betrekking tot de toepassing van klachtbedingen, meer specifiek de vraag of de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid daaraan in de weg kan staan, geldt het volgende. Voorop staat dat hier sprake is van een hoge drempel, die slechts bij een onaanvaardbare situatie in beeld komt. Bij de weging van de omstandigheden van het geval moeten in dit verband per bedingtype bepaalde accenten worden gelegd.
Bij bedingen met vage klachttermijnen (bedingtypes a), waarbij een omstandighedenweging reeds noodzakelijk is in de uitlegfase, kunnen onbillijke uitkomsten veelal langs die weg voorkomen worden. Toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid ligt bij dat type bedingen daarom niet in de rede, tenzij het partijdebat nadrukkelijk in deze sleutel wordt gevoerd. Verder constateerde ik ten aanzien van klachtbedingen met rechtsverval als sanctie en een precies geformuleerde termijn (bedingtype Ib) dat de vraag of de schuldenaar als gevolg van het tijdstip van de klacht nadeel heeft ondervonden, niet de enige factor mag zijn voor toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid. In dit verband is van belang of sprake is van professionele partijen (die met juridische bijstand over het contract onderhandelden), hoelang de schuldeiser met het gebrek bekend was of kon worden geacht voordat hij klaagde, of omstandigheden voorhanden zijn die met zich brengen dat de schuldeiser wel of niet eerder had kunnen klagen dan hij heeft gedaan alsmede voor wiens risico die omstandigheden komen. Deze gezichtspunten acht ik ook goed bruikbaar bij de toepassing van verjaringsbedingen (bedingtype II). Bij bedingtype IIIb, dat schadevergoedingsrepercussies als sanctie stelt, is de mogelijkheid voor de schuldeiser om na ontvangst van de klacht gevolgschade te kunnen voorkomen relevant, alsmede de vraag of sprake is van een disproportionele verhouding tussen de voorzienbare schade en de mate van uitsluiting van vergoeding daarvan als gevolg van een ontijdige klacht. Bij bedingtype IVb, met bewijsrepercussies als sanctie, komt in dit verband belang toe aan de mate waarin de waarheidsvinding en goede rechtsbedeling wordt belemmerd. Bij bedingtype V, waarbij de klachtplicht op de koopprijs of het opstellen en verzenden van facturen ziet, kan voor gezichtspunten voor de uitleg daarvan op de hiervoor genoemde bedingen worden teruggegrepen naargelang de sanctie die uit het voorliggende beding voortvloeit.