Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/9.1.4
9.1.4 ‘All Common Principles are created equal, but…’
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS581609:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor de Common Principles: zie Bijlage 2.
Uiteraard hebben sociale partners via cao-afspraken wel invloed op re-integratie, bijvoorbeeld door aanvullingen op loon bij ziekte af te spreken of zelfs verdergaande inhoudelijke plichten op te nemen, zie I. van der Helm, ‘Controlevoorschriften in cao’s en de privacy van de zieke werknemer’, TRA 2009/87.
L. Bovenberg en T. Wilthagen, ‘On the Road to Flexicurity: Dutch proposals for a pathway towards better transition security and higher labour market mobility’, Tilburg University, september 2008, p.19-20.
De Common Principles moeten een kader bieden bij het streven naar flexicuritydoelen. Alle Common Principles zijn belangrijk, maar voor re-integratie bij arbeidsongeschiktheid zijn sommige meer van belang dan andere.1 Het eerste Common Principle ontleent zijn belang er bijvoorbeeld vooral aan dat het doel van flexicurity wordt benoemd, wat weinig bijzondere betekenis heeft voor re-integratie. Bij Common Principle 6, het bevorderen van seksegelijkheid, is mij niet gebleken van enige (structurele) achterstelling van de ene sekse bij de ander waar het re-integratierechten of -plichten betreft. Dit principe heeft daarmee weinig specifieke zeggingskracht bij arbeidsongeschikte werknemers. Ook Common Principle 7, dat het belang van de positie van sociale partners benadrukt, speelt geen dominante rol.2 De overige Common Principles hebben wel meer betrekking op de positie van de arbeidsongeschikte werknemer.
Uit Common Principle 2 haal ik het belang van flexibele maar betrouwbare ‘contractual arrangements’. In Common Principle 5 wordt daaraan ook gerefereerd: voldoende contractuele flexibiliteit. Dit gaat volgens mij verder dan de inhoud van de arbeidsovereenkomst zelf, maar heeft betrekking op de rechtspositie. Ik vul flexibiliteit in met beleidsvrijheid, bij betrouwbaarheid denk ik aan een element als voorspelbaarheid. Common principle 4 en 5, samen met onderdelen uit Common principle 2 vragen in wezen om een zo optimaal mogelijke inzet van de arbeidsongeschikte werknemer. Daaraan kan bijdragen dat hij in staat wordt gesteld makkelijker over te stappen naar een interne of externe andere (minder belastende) functie, om op die manier uitval om gezondheidsredenen te voorkomen of te beperken.3 Maar het betekent ook aandacht voor verbetering van zijn kansen met prikkels (‘incentives’) en ondersteuning (onder meer via scholing), zodat interne of externe flexibiliteit bij ‘aanname’ en ontslag ontstaat en zekerheid bij transitie. De kern bij Common Principle 3 en 8 zit in de gewenste evenwicht tussen rechten en plichten van alle betrokkenen (overheid, werkgever en werknemer). Daarvan maakt de eerlijke verdeling van kosten deel uit. Dat flexicurity niet alleen gaat om het verder ‘zeker’ stellen van de positie van de zieke werknemer blijkt eens te meer door de bijzondere aandacht die wordt gevraagd voor het MKB. Bij evenwicht is te denken aan een verdeling van rechten (aanspraken, bevoegdheden) en verplichtingen (verantwoordelijkheden, kosten) die zodanig in balans is, dat die niet onevenredig bij de ene of de andere betrokken partij rusten.
Flexicurity voor arbeidsongeschikte werknemers vraagt dus om:
een flexibele en betrouwbare contractuele positie, dat wil zeggen met beleidsvrijheid en voorspelbaarheid (contractspositie) en/of
een zo optimaal mogelijke inzet van arbeidsongeschikte werknemers, door te zorgen voor flexibele maar zekere transities, intern of extern (optimale inzet) en/of
een balans in rechten en plichten en een eerlijke verdeling van kosten, ook rekening houdend met de bijzonderheden van het MKB (balans).
De flexicuritytoelichting bij de beoordeling van het positieve re-integratierecht zal dus moeten worden gegeven op deze drie onderdelen.