Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.3.0:4.3.0 De aandeelhouder en het aandeelhouderschap
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.3.0
4.3.0 De aandeelhouder en het aandeelhouderschap
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS299034:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het aandeel is het aandeelhouderschap verbonden. Doordat de aandeelhouder, een natuurlijk- of rechtspersoon, rechthebbende wordt op het aandeel, ontstaat een rechtsbetrekking tussen de aandeelhouder en de vennootschap waarin hij aandelen houdt. Deze rechtsbetrekking wordt in de literatuur in grote lijnen op dezelfde wijze omschreven, maar er bestaan wel nuanceverschillen. Schwarz schrijft over deze rechtsbetrekking:
‘De relatie tussen de aandeelhouder en de vennootschap kan worden gekwalificeerd als een lidmaatschapsverhouding, welke lidmaatschapsverhouding tussen aandeelhouder en vennootschap over en weer rechten en plichten doet ontstaan.’1
Waarna hij vervolgt:
‘De lidmaatschapsverhouding tussen aandeelhouder en (…) vennootschap komt tot stand door toetreding van de aandeelhouder tot de vennootschap. Op het moment van de toetreding ontstaat voor de aandeelhouder, ten opzichte van de vennootschap, rechten en plichten. Bepalend voor het bestaan van het aandeelhouderschap is deelneming in het kapitaal van de vennootschap. Uit deze deelneming vloeit jegens de vennootschap de, eventueel latente, verplichting tot volstorting van de door de aandeelhouder gehouden aandelen voort.’2
Schwarz maakt hier een aantal belangrijke observaties ten aanzien van het aandeelhouderschap. Hij wijst op (i) de relatie – de rechtsbetrekking – tussen de aandeelhouder en de vennootschap en dat die rechtsbetrekking dient te worden gekwalificeerd als een lidmaatschapsverhouding, welke (ii) tot stand komt door de toetreding van de aandeelhouder tot de vennootschap, dus het worden van rechthebbende op het door de vennootschap uitgegeven aandeel en (iii) rechten en plichten van de aandeelhouder jegens de vennootschap doet ontstaan. Deze drie aspecten van het aandeelhouderschap zullen hieronder nader worden toegelicht.