Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/8.2.3
8.2.3 Zekerheidsoverdracht
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264538:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 januari 1929, NJ 1929/616 (De Haan q.q./Heineken’s Bierbrouwerij), 618-620; HR 21 juni 1929, NJ 1929/1096 (Hakkers/Van Tilburg), p. 1097-1098; Asser/Scholten 1933, p. 405; Jarolímek 1956, p. 84-86; Veenhoven 1956, p. 36-42; Asser/Van Oven 3-III 1978, p. 117; Fesevur 1979, p. 82 e.v; Pos 1970, p. 208 e.v; Asser/Mijnssen & Van Velten 3-III 1986, nr. 172; Lokin & Jansen 1995, p. 81-84.
Vgl. Veenhoven 1956, p. 40.
Asser/Van Oven 3-III 1978, p. 128; Asser/Mijnssen & Van Velten 3-III 1986, nr. 188-194.
Veenhoven 1956, p. 14. Jarolímek 1956, p. XI-XV; Asser/Van Oven 3-III 1978, p. 117 en 128-129; Asser/Mijnssen & Van Velten 3-III 1986, nr. 172.
Uit zekerheidsoverdracht van roerende zaken vloeide geen recht van pandgebruik voort van de zekerheidseigenaar. De strekking van de zekerheidsoverdracht van roerende zaken was het creëren van een vuistloos zekerheidsrecht. Partijen bereikten dit resultaat door het zekerheidsobject via een levering constitutum possessorium aan de zekerheidsgerechtigde over te dragen. De feitelijke heerschappij over het onderpand ging dus niet over op de zekerheidsgerechtigde.1 De strekking van de zekerheidsoverdracht sloot daarmee uit dat de zekerheidseigenaar in staat was een recht van pandgebruik uit te oefenen. Dit betekende dat de zekerheidseigenaar geen recht van pandgebruik verkreeg. Voor het antwoord op de vraag of een recht van pandgebruik ontstond als de zekerheidseigenaar op enig moment het onderpand onder zich kreeg, bestond geen aandacht in rechtspraak en literatuur.2
Wel kon een recht van pandgebruik van rechtswege ontstaan bij de zekerheidscessie van vorderingen. Dit recht van pandgebruik uit zekerheidscessie was ruimer dan het recht van pandgebruik uit het pandrecht op vorderingen. Zekerheidscessie diende namelijk twee doelen: het uitstellen van mededeling aan de schuldenaar van de gecedeerde vordering en het toekennen van een verruimde inningsbevoegdheid aan de zekerheidsgerechtigde.3
Ten slotte was het in theorie mogelijk om onroerende zaken tot zekerheid over te dragen, om zo ruimere bevoegdheden toe te laten komen aan de zekerheidsgerechtigde. Deze mogelijkheid werd in de literatuur echter nauwelijks besproken, omdat de praktijk uit de voeten kon met het wettelijk geregelde hypotheekrecht.4 Ik laat de zekerheidsoverdracht van onroerende zaken voor het vervolg van dit hoofdstuk achterwege.