Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/9.2.3:9.2.3 Schadevergoeding wegens een blote rechtsinbreuk?
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/9.2.3
9.2.3 Schadevergoeding wegens een blote rechtsinbreuk?
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657453:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 7 mei 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4377, NJ 1983/478, m.nt. C.J.H. Brunner (Trechsel/Lameris).
Ibid. r.o. 3.2. Omdat verwijdering direct moest plaatsvinden was het geen probleem dat Lameris dit zelf had gedaan en nu vergoeding van de kosten vorderde, zie r.o. 3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een geval waarin een ‘zakelijke actie’ niet leidde tot een veroordeling iets te doen, maar tot het dragen van kosten was Trechsel/Lameris.1 De boom van Trechsel was in een stormachtige nacht omgewaaid en op de woning van Lameris gevallen. Trechsel zag de ontstane ravage de volgende ochtend. De boom moest vervolgens snel worden verwijderd om de gaten in het dak van de woning van Lameris te kunnen repareren. Lameris ging daartoe over en vorderde schadevergoeding van Trechsel, die zich op zijn beurt verweerde met de stelling dat hij geen onrechtmatige daad had begaan. De Hoge Raad oordeelde dat Trechsel hoe dan ook verplicht was tot het dragen van de kosten:
“3.2 (…) De zorgvuldigheid die Trechsel in het maatschappelijk verkeer jegens de goederen van Lameris in acht behoorde te nemen, bracht immers mee dat hij terstond, nadat hij van de situatie op de hoogte was, maatregelen behoorde te nemen om aan deze situatie die een inbreuk op de eigendom van Lameris insloot, een einde te maken door de hem toebehorende boom te verwijderen.”2
Strikt genomen oordeelt de Hoge Raad hier dat het niet onverwijld verwijderen van de boom de onrechtmatige daad is en dat de kosten van verwijdering als schade voor vergoeding in aanmerking komen. Op deze manier past de vordering goed in het systeem: er wordt een zorgplicht geformuleerd en op grond van de schending is de gedaagde aansprakelijk voor de door de benadeelde geleden schade.
Ook vanuit de in deze dissertatie verdedigde benadering is dit een welkome constructie: volgens de Hoge Raad zou het ook hier immers gaan om een geschonden norm die aanleiding geeft tot schadevergoeding. De academische integriteit dwingt echter even een stap terug te doen en te bezien hoe de aldus geconstrueerde primaire plicht tot handelen en de secundaire plicht tot vergoeden van schade zich tot elkaar verhouden. Trechsel had de boom natuurlijk nooit echt zelf verwijderd, maar laten verwijderen. Dat betekent dat nakoming van zijn primaire plicht zou neerkomen op het betalen van een rekening van een in verwijdering van bomen gespecialiseerd bedrijf. De schade van Lameris bestaat in dit geval in exact dezelfde kosten. In praktisch opzicht stemmen de gedragsnorm en de schadevergoedingsplicht die de Hoge Raad hier van elkaar lostrekt dus volledig overeen. Hoe we de plicht ook duiden: uiteindelijk komen we hier tot een belastende plicht voor Trechsel, die is ontstaan als gevolg van het omvallen van zijn boom, zonder dat hem een verwijt gemaakt kon worden. Dat resultaat roept de vraag op of we hier kunnen zeggen dat de remedie wordt geïnformeerd door de daaraan ten grondslag gelegde gedragsnorm. Is dit niet gewoon een geval waarin een primaire plicht tot schadevergoeding bestaat? Mij lijkt van wel, en als we ons blikveld iets verbreden wordt duidelijk dat dat soort plichten zo uniek nog niet zijn.