De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.1:7.1 Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250320:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2020, p. 225.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een moedermaatschappij kan haar 403-verklaring intrekken door een daartoe strekkende verklaring te deponeren, een zogenoemde ‘intrekkingsverklaring’.1 De moedermaatschappij is niet aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij verricht vanaf het moment dat de moedermaatschappij tegenover de crediteur een beroep kan doen op de intrekking.
Ik begin dit hoofdstuk met een algemene uiteenzetting van de intrekking van een 403-verklaring, waarbij ik in het bijzonder aandacht besteed aan het moment dat de moedermaatschappij een beroep kan doen op de intrekking (§ 7.2). Daarna ga ik in op de eventuele periode tussen het moment dat de moedermaatschappij een beroep kan doen op de intrekking van de 403-verklaring en het moment dat de 403-maatschappij een jaarrekening openbaar maakt die voldoet aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW (§ 7.3). Voorts onderzoek ik of het mogelijk is dat de moedermaatschappij in de intrekkingsverklaring opneemt dat de 403-verklaring pas op een bepaald moment in de toekomst wordt ingetrokken (§ 7.4), en of de moedermaatschappij de 403-verklaring zodanig kan vormgeven, dat deze tevens heeft te gelden als een intrekkingsverklaring (§ 7.5).
Vervolgens ga ik in op de situatie dat de 403-maatschappij niet meer gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, maar de moedermaatschappij is vergeten de 403-verklaring in te trekken. Ik onderzoek onder welke omstandigheden een beroep van een crediteur op de vergeten 403-verklaring onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (§ 7.6), en hoe een moedermaatschappij preventief de aansprakelijkheid op grond van de 403-verklaring kan limiteren voor het geval zij vergeet deze verklaring in te trekken (§ 7.7). Als laatste onderzoek ik of de intrekking van de 403-verklaring door de moedermaatschappij onder omstandigheden misbruik van recht kan zijn (§ 7.8).