Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/30.2.2
30.2.2 Tekortkomingen van de administratieve procedure
prof. mr. J.A.M.A Sluysmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. J.A.M.A Sluysmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aldus nog recent HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7 (De Cloedt/Staat).
Zie hierover – kritisch – wnd. A-G Van Oven in zijn conclusie voor De Cloedt/Staat (ECLI:NL:PHR:2017:980).
Aldus art. 8:5 lid 1 Awb jo. art. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, bijlage 2 Awb.
Als het verzoek is afgewezen, omdat onvoldoende pogingen tot minnelijke verwerving zijn gedaan, is een tweede verzoek bepaald kansrijk. Als het verzoek is afgewezen vanwege een succesvol beroep op zelfrealisatie lijkt de deur definitief gesloten.
Conclusie wnd. A-G Van Oven 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:980.
Deze administratieve procedure kent de nodige gebreken. De Kroon wordt niet aangemerkt als een ‘gerecht’ als bedoeld in artikel 6 EVRM, dus fundamentele beginselen als hoor en wederhoor zijn in deze procedure niet van toepassing.1 Dat opent de deur voor een praktijk waarin voorafgaand aan het indienen van een verzoek tussen de beoogd verzoeker en de Kroonambtenaren uitvoerig overleg plaatsvindt erop gericht om de slagingskansen van het verzoek te maximaliseren. Zo beoordeelt de Kroon concepten van door de verzoeker in te dienen stukken en stuurt de Kroon die – zo aan de orde – met commentaar retour ter verbetering. Vanuit het perspectief van de eigenaar wordt aldus buiten zijn blikveld de onteigening in wezen al ‘voorgekookt’.2
De andere kant van dit verhaal is dat een beoogd onteigenaar weinig keuze heeft dan zich te conformeren aan de wensen van de Kroon, welke wensen in overwegende mate zijn neergelegd in (thans) de zogenaamde ‘Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure’ (uit 2016).3 Als de Kroon om welke reden dan ook meent dat het verzoek niet kan worden gehonoreerd, heeft de beoogd verzoeker dat eenvoudigweg te slikken. Er staat immers geen beroep open tegen een Kroonbesluit.4 Een herhaald verzoek is denkbaar, maar als het eerdere verzoek is gestrand op principiële bezwaren op voorhand kansloos.5 Dit wringt, omdat het best eens zo kan zijn dat de Kroon het op een principieel rechtspunt niet bij het juiste eind heeft.
Ik kan dan ook van harte onderschrijven de conclusie van waarnemend advocaat-generaal Van Oven voor het bekende arrest betreffende de onteigening van de Hedwigepolder dat de constatering dat de administratieve onteigeningsprocedure volgens de regels der kunst is verlopen onverlet laat dat die procedure als ‘eerlijk proces’ (kort gezegd) een farce kan zijn.6 Het in de komende wetgeving – waarover later meer – verdwijnen van de Kroon acht ik dan ook geen groot gemis.