Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.3.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.3.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS610261:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 6 is de afschrijvingsbeperking voor onroerende zaken van art. 3.30a Wet IB 2001 beschreven. Op basis van art. 3.30a lid 3 onderdeel b Wet IB 2001 geldt voor de terbeschikkingstelling van een gebouw aan een ‘verbonden persoon’ of ‘verbonden lichaam’ een lagere bodemwaarde, namelijk 50% van de WOZ-waarde. Ten opzichte van de terbeschikkingstelling aan een niet-verbonden persoon of lichaam kan in concernsituaties daarom meer worden afgeschreven. Via art. 8 lid 1 Wet VPB 1969 geldt dit ook voor de vennootschapsbelasting. De verbondenheidsbegrippen vervullen hierbij een facilitaire functie. Zoals in hoofdstuk 6 is betoogd, hebben de begrippen ook een vereenzelvigingsfunctie en met name een antiontgaansfunctie: voor de toepassing van de afschrijvingsbeperking worden de investeringen van een ‘verbonden persoon’ of een ‘verbonden lichaam’ in een gebouw samengeteld om te voorkomen dat de maatregel wordt ontgaan.