De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.10.1:10.10.1 Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.10.1
10.10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250209:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik heb onderzocht hoe de 403-aansprakelijkheid moet worden uitgelegd in het licht van de functie van deze aansprakelijkheid bij de compensatie van de crediteuren omdat zij de jaarrekening van de 403-maatschappij niet kunnen inzien. Ik heb als maatstaf voor de compensatie gehanteerd dat het nadeel moet worden weggenomen dat een crediteur ondervindt doordat de 403-maatschappij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling, of doordat de moedermaatschappij de 403-verklaring intrekt of de overblijvende aansprakelijkheid beëindigt. Daarnaast heb ik onderzocht hoe de 403-aansprakelijkheid moet worden uitgelegd om zo veel mogelijk te voorkomen dat een crediteur overgecompenseerd wordt en in een voordeliger positie komt door de compensatie die hij ontvangt.
Indien ik tot de conclusie ben gekomen dat het huidige recht niet leidt tot een situatie waarbij de crediteuren van de 403-maatschappij (voldoende) worden gecompenseerd voor het nadeel dat zij ondervinden, of de compensatie ertoe leidt dat zij overgecompenseerd worden, heb ik een voorstel gedaan hoe het huidige recht op het desbetreffende punt door de wetgever kan worden gewijzigd. Daarnaast heb ik aanbevelingen gedaan aan de rechterlijke macht hoe mijns inziens moet worden geoordeeld over het moment waarop diverse stappen in de procedure voor de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid zijn gezet, onder welke omstandigheden een crediteur die verzet heeft ingesteld tegen de beëindiging recht heeft op een vervangende waarborg, en welke omvang een te geven vervangende waarborg (minimaal) moet hebben. Voorts heb ik ervoor gepleit dat de Kamer van Koophandel een systeem aanbiedt waardoor derden een notificatie kunnen krijgen als stukken bij het handelsregister worden gedeponeerd.
Naast bovengenoemde aanbevelingen, heb ik ook verschillende opmerkingen gemaakt voor partijen in de praktijk, waarbij ik erop heb gewezen welke stappen zij naar huidig recht kunnen zetten ter versterking van hun positie of om mogelijk nadeel te voorkomen. Dit betreft aanbevelingen voor onder meer de moedermaatschappij, de 403-maatschappij, crediteuren en eventuele minderheidsaandeelhouders van de 403-maatschappij.
Bovenstaande brengt mij tot in totaal twintig aanbevelingen. In onderstaande paragrafen noem ik eerst de aanbevelingen die ik doe aan partijen in de praktijk met betrekking tot de stappen die zij naar huidig recht kunnen zetten. Vervolgens geef ik een overzicht van de belangrijkste door mij bepleite aanpassingen van art. 2:403 en art. 2:404 BW. Daarna doe ik enkele aanbevelingen aan de rechterlijke macht en tot slot maak ik nog een opmerking met betrekking tot de Kamer van Koophandel.