Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.4.1:11.4.1 Inleiding en afbakening
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.4.1
11.4.1 Inleiding en afbakening
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS600780:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover par. 11.3, in het bijzonder par. 11.3.3 onder iii en par. 11.3.4 onder B. Onder ‘zichzelf’ versta ik in dit verband mede rechtspersonen waarin de functionaris zelf een substantieel financieel belang heeft.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
510. Een deel van de kennis waarover een functionaris beschikt, zal hij noch in de privésfeer, noch in de uitoefening van zijn huidige functie hebben opgedaan. Denk aan kennis die de functionaris heeft opgedaan bij een vorige werkgever of bij de uitoefening van een zakelijke nevenactiviteit. In deze paragraaf onderzoek ik of er redenen bestaan om terughoudend te zijn bij het toerekenen aan de rechtspersoon van kennis die de functionaris heeft opgedaan in een andere functie. Steeds gaat het om kennis die de functionaris heeft opgedaan bij een zakelijke activiteit voor een ander dan de rechtspersoon wiens kennis moet worden vastgesteld. Betreft het zakelijke activiteiten die de functionaris niet voor een ander, maar voor zichzelf verrichtte, dan kan de kennis soms als privékennis worden aangemerkt.1
Een veel voorkomend type gevallen binnen de categorie die in deze paragraaf wordt behandeld, is die van de personele unie: de functionaris is bestuurder van meerdere vennootschappen binnen een groep van vennootschappen. Geldt de kennis die hij heeft als bestuurder van vennootschap A dan ook als de kennis van vennootschap B? Over personele unies bestaat vrij veel rechtspraak; over andere situaties waarin de functionaris kennis heeft verkregen in een andere functie niet. Aan de hand van hetgeen hiervoor aan de orde is gekomen in de hoofdstukken 8 en 9 en in par. 11.3, kunnen wel vuistregels voor deze situaties worden geformuleerd. Personele unies vergen mijns inziens in beginsel geen afzonderlijk beoordelingskader: het zijn van bestuurder bij een andere rechtspersoon is in wezen het uitoefenen van een andere functie bij een andere (rechts)persoon. Enige nuancering breng ik daarop overigens wel aan voor gevallen van kennisversplintering (zie par. 11.4.4)