Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.12.4
5.12.4 Transparantie van de kosten
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS596404:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
DNB Nieuwsbrief pensioenen mei 2014.
Handelingen II, 2011-2012, nr. 195, aanhangsel. In de uitspraak van de rechtbank Rotterdam staat abusievelijk dat DNB de vergoeding exorbitant hoog vond. Uit de reactie van de Minister blijkt dat dit een typefout was en dat niet DNB, maar het dagelijks bestuur (het DB) van PME zelf de vergoeding exorbitant vond.
Rb Rotterdam 4 augustus 2011, JOR 2012, 12, m.nt. Affourtit en PJ 2011, 125 m.nt. Kuiper (PME).
Kosten kunnen onzichtbaar blijven doordat ze niet apart worden opgevoerd, maar van het bruto-rendement worden afgetrokken.
Blake 2014.
DNB Nieuwsbrief pensioenen mei 2014. Dit probleem speelt overigens ook als een pensioenfonds rechtstreeks, zonder tussenkomst van een vermogensbeheerder, in een beleggingsinstelling belegt. Daar ga ik hier niet op in, omdat ik een deelneming in een beleggingsinstelling (in beginsel) als een individuele belegging beschouw en niet als uitbesteding van vermogensbeheer. Zie par. 2.5.8.6 onder a.
Beleggingsinstellingen maken ook kosten voor het verrichten van transacties. Deze kosten kunnen ook flink oplopen, maar zijn variabel.
LCP 2011, p. 16-19.
Voor de kostenbeheersing is het onontbeerlijk dat het pensioenfonds goed inzicht heeft in de kosten die worden gemaakt in de beleggingsketen.1
Een pensioenfonds dat onvoldoende inzicht heeft in de kosten die het moet dragen, kan voor onaangename verrassingen komen te staan. Dat ondervond een pensioenfonds dat, samen met een ander pensioenfonds, van hun vermogensbeheerder een rekening ontving à 450 miljoen euro. Het eerste pensioenfonds noemde het bedrag “exorbitant hoog”.2 Het pensioenfonds noch zijn vermogensbeheerder kon aan DNB verklaren hoe dit bedrag was opgebouwd. Voor DNB en vormde dit mede aanleiding om een boete op te leggen wegens het ontberen van een beheerste en integere bedrijfsvoering. De rechtbank liet de boete in stand.3
Ondanks de noodzaak tot inzicht, blijkt dit in de praktijk voor pensioenfondsen lastig te realiseren. De helft tot 80% van de kosten blijft zelfs achteraf onzichtbaar,4 terwijl daar geen goede redenen voor zijn aan te voeren.5 De omvang van de totale kosten blijkt met name onduidelijk wanneer het pensioenfonds via zijn vermogensbeheerder in beleggingsinstellingen belegt.6 Naast de kosten van de beheerder van de beleggingsinstelling zijn er vaak bijkomende (min of meer vaste) kosten voor bijvoorbeeld custodians, auditors en accountants.7 Deze bijkomende vaste kosten zijn soms betrekkelijk, maar kunnen soms ook flink oplopen. Ze worden niet altijd door beheerders van beleggingsinstellingen bekendgemaakt. Zonder inzicht in deze kosten kan het pensioenfonds echter niet bepalen of het te veel betaalt en daardoor rendement misloopt.8