Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.8
5.8 De overeenkomst
Datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- JCDI
JCDI:ADS595245:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 13, lid 1, Bupw.
Voor de meeste financiële ondernemingen is het schriftelijkheidsvereiste bij uitbesteding opgenomen. Zie art. 31, lid 1, Bpr (voor DNB-vergunde instellingen), art. 38, lid 3, Bgfo (voor beheerders en bewaarders van beleggingsinstellingen), art. 38e, lid 1, Bgfo (voor beleggingsondernemingen). Voor andere financiële ondernemingen, zoals bemiddelaars vloeit naar mijn mening een schriftelijkheidsvereiste voort uit de eis om “in control” te blijven. Een uitzondering op het schriftelijkheidsvereiste bestaat voor groepsuitbesteding door DNB-vergunde instellingen (art. 32 Bpr). Daarover – terecht – kritisch: Joosen 2009, p. 502.
Het resultaat van de onderhandelingen moet in een schriftelijke overeenkomst worden neergelegd.1 Een schriftelijke overeenkomst helpt bij het voorkomen van onduidelijkheden over de inhoud van de afspraken tussen partijen en bewijsproblemen over die inhoud indien een rechtsgang nodig is. Door schriftelijke vastlegging blijft het pensioenfonds beter “in control”.2
5.8.1 De civielrechtelijke aard van de overeenkomst5.8.2 De inhoud van de overeenkomst