Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.1:II.4.10.1 Opbrengsten die voortvloeien uit eigendom of kapitaalsfeer?
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.1
II.4.10.1 Opbrengsten die voortvloeien uit eigendom of kapitaalsfeer?
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499132:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
C.P. Tuk, annotatie bij: HR 10 december 1980, BNB 1981/44 (concl. A-G Van Soest; m.nt. C.P. Tuk); Van Hilten 1992, p. 254-255.
Een uitzondering is denkbaar bij een controlerend belang in een vennootschap of een belang in een werkelijk besloten vennootschap (zie par. 4.2.3). In die gevallen kan wellicht worden gezegd dat de aandeelhouder ook met zijn persoon deelneemt en niet enkel met zijn kapitaal.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van hetgeen in dit hoofdstuk is besproken, kan worden gesteld dat een belangrijk element in de jurisprudentie van het Hof van Justitie over aandelen is dat dividend voortvloeit uit de ‘loutere eigendom’ van de aandelen. Daarom impliceert de kapitaalverschaffing door een aandeelhouder – of andere deelnemer – geen prestatie onder bezwarende titel. Ofschoon het Hof van Justitie verwijst naar opbrengsten die voortvloeien uit eigendom, gaat het er mijns inziens eigenlijk om dat binnen de kapitaalsfeer onvoldoende wederkerigheid aanwezig is om van prestatie en tegenprestatie te kunnen spreken. Anders is moeilijk verklaarbaar dat dividend niet de vergoeding voor een prestatie is, maar de met een opvolgende aandeelhouder overeengekomen prijs voor aandelen wel. Ook de omstandigheid dat de uitgifte van aandelen geen prestatie onder bezwarende titel is, duidt op een onbelastbare kapitaalsfeer.
Eén en ander sluit conceptueel aan bij de privaatrechtelijke duiding van de relatie tussen aandeelhouder en vennootschap als lidmaatschapsverhouding. Tuk en Van Hilten verwoorden het zo, dat in een aandeelhouderschapsrelatie niet onder bezwarende titel gepresteerd wordt, omdat aandeelhouders onderdeel zijn van de vennootschap waarin zij deelnemen.1 Ik zou daaraan volledigheidshalve toevoegen dat hun deelname in beginsel is beperkt tot het geïnvesteerde deel van hun vermogen (vgl. par. 4.2.1), maar verder onderschrijf ik hun duiding van de rechtsverhouding.2 Het ware naar mijn mening beter geweest als het Hof van Justitie het ontbreken van presteren onder bezwarende titel ook langs deze lijn had gemotiveerd in plaats van met het alleszins vage concept van opbrengsten die uit louter eigendom voortvloeien.