Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.3:II.4.10.3 Rechtvaardiging onderscheid deelnemingen en leningen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.3
II.4.10.3 Rechtvaardiging onderscheid deelnemingen en leningen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497848:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Norden 2007, p. 359.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere kwestie is of een uiteenlopende behandeling van deelnemingen (kapitaal) en leningen in de heffing van omzetbelasting wenselijk is. In een ideale wereld is het dat in elk geval niet. Het is, in elk geval ogenschijnlijk, opmerkelijk dat het voor een omzet- en verbruiksbelasting, bijvoorbeeld, verschil maakt of een enig aandeelhouder in een vennootschap extra aandelenkapitaal verschaft of een achtergestelde lening verstrekt. Het economische resultaat is gelijk en een verschil in verbruik valt niet weldra in te zien. Van Norden merkt echter op dat een gelijke behandeling niet wenselijk is, omdat het geen gelijke gevallen zijn.1 Hij stelt dat bij het verstrekken van eigen vermogen sprake is van ‘mede-ondernemen’ in de dochtervennootschap, waarbij aandeelhouder en vennootschap naast elkaar staan, terwijl schuldeisers en schuldenaren tegenover elkaar staan. Het is mij niet duidelijk wat het belang van deze omstandigheid is in een omzet- en verbruiksbelasting. Ook gaat de stelling dat aandeelhouders mede-ondernemen mij in zijn algemeenheid wat ver. Daar valt vooral iets bij voor te stellen als een aandeelhouder een controlerend belang heeft of als sprake is van een deelneming in een werkelijk besloten vennootschap, maar niet echt bij een deelneming in een beursvennootschap (zie par. 4.2.3). In mijn visie is een principieel onderscheid tussen deelnemingen en leningen in een omzet- en verbruiksbelasting dan ook niet zonder meer te rechtvaardigen.