Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.8:II.4.10.8 Inbreuken op het Unierecht
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.8
II.4.10.8 Inbreuken op het Unierecht
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS493028:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 18 februari 1991, nr. VB91/347, V-N 1991, p. 715; Besluit van 3 augustus 2004, nr. CPP2004/1709, V-N 2004/47.13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het in dit hoofdstuk verhandelde kan een aantal inbreuken van het Nederlandse nationale recht op het Unierecht worden vastgesteld. Ten eerste kan op basis van het beleid van de staatssecretaris van Financiën over het houden en overdragen van aandelen soms meer recht op aftrek van voorbelasting bestaan dan zou kunnen conform de uitleg die het Hof van Justitie aan bepalingen van de Btw-richtlijn heeft gegeven (zie par. 4.5.3, 4.6.4.4 en 4.10.6).1 Ten tweede lijkt het ongerechtvaardigd dat alleen zuivere houdervennootschappen met een sturende en beleidsbepalende functie in een concern als niet-ondernemer tot een fiscale eenheid kunnen behoren en andere niet-ondernemers niet (zie par. 4.5.4.1). Ten derde is de territoriale beperking in de fiscale eenheid beweerdelijk in strijd met het primaire Unierecht, ofschoon zij in overeenstemming is met de Btw-richtlijn (zie par. 4.5.4.1). Ten vierde is artikel 174, lid 2, onderdelen b en c, Btw-richtlijn niet omgezet in nationaal recht (zie par. 4.6.4.4 en zie nader par. 6.8.3). Ten slotte is de jurisprudentie van de Hoge Raad dat bepaalde winstuitkeringen door coöperaties de vergoeding voor een prestatie zijn, niet in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie (zie par. 4.8.3).