Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.5.2.3.1
II.5.2.3.1 Temporele werking van de intrekking bij aflopende beschikkingen
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380162:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Belinfante 1985, p. 91, Rapport ABAR 1984, p. 218 en Donner 1941, p. 139-140. Zie ook HR 7 november 1935, NJ 1936/424 m.nt. P.S., waarin de Hoge Raad overweegt ‘dat deze bouwvergunning derhalve wordt verstrekt uit krachte en ter uitvoering van genoemd art. 5 der Woningwet […] en, volgens het systeem dezer wet eenmaal gegeven, – behoudens in geval van niet-nakoming van bij de vergunning verleende voorwaarden – niet kan worden teruggenomen […]’. Vgl. Ortlep 2011, p. 199-200 incl. verwijzingen.
Rapport ABAR 1984, p. 218.
Verheij merkt in dit kader op dat het terugnemen van een bouwvergunning (nu: omgevingsvergunning om te bouwen) kan worden gezien als erkenning van aansprakelijkheid jegens derden voor het verstrekken van een onrechtmatige bouwvergunning, zodat bestuursorganen terughoudend zullen zijn met het gebruik maken van de bevoegdheid hiertoe. Zie Verheij 1997, p. 68.
Ortlep 2011, p. 201.
Intrekking ex tunc is slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk. Zie hierover nader paragraaf 7.1.
Zoals hiervoor aan de orde kwam, is een kenmerk van een aflopende beschikking dat deze op een bepaald moment uitgewerkt raakt. De als gevolg van de beschikking ontstane rechtsverhouding tussen de geadresseerde en het bestuursorgaan is geëindigd. Intrekking of wijziging van een beschikking nadat deze is uitgewerkt, ligt dan ook gecompliceerd. In wat oudere literatuur komt men de opvatting tegen dat een aflopende beschikking, nadat deze is uitgewerkt, niet meer kan worden ingetrokken.1 In het Rapport ABAR wordt in dat kader het voorbeeld gegeven van een beschikking die het houden van een demonstratie toestaat.2 Wanneer deze demonstratie eenmaal heeft plaatsgevonden, heeft het weinig zin deze beschikking in te trekken. De demonstratie valt immers niet meer ongedaan te maken en dus zou een intrekking betekenisloos zijn. Dat geldt echter niet altijd. In de eerste plaats kan een intrekking ex tunc soms leiden tot ongedaanmaking van hetgeen op grond van de beschikking is verricht. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de terugvordering van een reeds betaalde subsidie.3 In de tweede plaats kan een intrekking ex tunc van een reeds uitgewerkte beschikking van belang zijn in het kader van aansprakelijkheid voor geleden schade.4 In meer recente literatuur is dan ook een meer genuanceerde opvatting te vinden. Ortlep wijst er bijvoorbeeld op dat voornoemd standpunt, inhoudende dat een aflopende beschikking nadat deze is uitgewerkt, niet meer kan worden ingetrokken, betrekking heeft op het ex nunc intrekken van een aflopende beschikking.5 Deze opvatting lijkt mij juist. Immers, een intrekking ex nunc kan niet bewerkstelligen dat een reeds uitgewerkte aflopende beschikking wordt aangetast. Daarvoor dient de intrekking ex tunc te geschieden.6