Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.7.3
8.7.3 Geen stemvergadering vereist
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband ook het voorstel van de Engelse regering in het kader van de hervorming van het Engelse insolventierecht om de verschaffing van informatie en de stemming op het akkoord electronisch te laten plaatsvinden; Insolvency Service, A Review of the Corporate Insolvency Framework, May 2016, p. 25: “To retain the efficiency and speed of the current regime, it is proposed that the company will, by default, provide relevant information to creditors and shareholders electronically and that voting on a proposal will take place electronically.”
Zie in dit verband ook S. Madaus, Rescuing Companies Involved in Insolvency Proceedings with Rescue Plans, NACIIL Reports 2012, p. 36.
Zie ook Commission Staff Working Document, Impact Assessment Accompanying the document Commission Recommendation on a New Approach to Business Failure and Insolvency, SWD(2014) 62 final, p. 35. Anders: INSOLAD surseance-akkoord voorstel art. 272 en de Toelichting op het INSOLAD voorstel par. 110 e.v.
Rule 3018 of the Federal Rules of Bankruptcy Procedure.
Re Sovereign Life Assurance Company v Dodd [1892] 2 QB 573 CA; re Hawk Insurance Co Ltd [2001] EWCA Civ 241, [2001] 2 BCLC 480.
Zie in dit verband o.a. P.R.W. Schaink, Surséance als vehikel voor debt-for-equity swaps, Ondernemingsrecht 2003, p. 173 e.v.; R.J. van Galen, Kabels en knopen, Ondernemingsrecht 2002, p. 247 e.v.; Rb. Amsterdam 21 februari 2002, JOR 2002/107 (GTS) m.nt. P. M. Veder en HR 26 augustus 2003, JOR 2003/211 (UPC) m.nt. J.J. van Hees.
Men kan zich de vraag stellen of het nodig is om de stemmen van de crediteuren te vergaren op een formeel daartoe te houden vergadering. Men zou de instemming van crediteuren ook buiten een vergadering kunnen vergaren, bijvoorbeeld in de vorm van een eenvoudige brief of een (digitaal) stemformulier waarin de crediteur zijn standpunt uit zonder dat hij dit nog door middel van stemuitbrenging op een formeel daartoe te houden vergadering hoeft te bevestigen.1 Heeft de aanbieder van het akkoord langs deze meer informele weg voldoende stemmen verzameld, dan zou hij zich naar de volgende stap van homologatie moeten kunnen begeven zonder nog een formele stemvergadering te hoeven houden.
Het voornaamste voordeel van een stemvergadering is dat crediteuren gedachten kunnen uitwisselen en nog de kans hebben om te proberen elkaar van elkaars standpunt te overtuigen. Deze functie komt op stemvergaderingen, in ieder geval in de Nederlandse praktijk, niet tot haar recht. Ten eerste wordt vaak bij volmacht gestemd waarbij de crediteuren vóór de vergadering aan de schuldenaar of bewindvoerder een stemvolmacht met steminstructie geven. Een crediteur die zich vol goede moed naar de vergadering begeeft om een vlammend betoog te houden zijn stemadvies op te volgen, zal waarschijnlijk niemand aantreffen om zijn betoog aan te horen. De stemming heeft feitelijk al vóór de vergadering plaatsgevonden. Daarnaast is de materie doorgaans te complex om tijdens het korte bestek van een vergadering werkelijk op zinvolle wijze van gedachten te kunnen wisselen. Voor een zinvolle gedachtewisseling is een uitruil en vergelijking van financiële informatie en analyses nodig die veel meer tijd en studie vereisen dan bestaat binnen het bestek van een vergadering.
Een stemvergadering is vaak een onnodige formaliteit die vertragend en kostenverhogend werkt.2 Het houden van een stemvergadering zou vanzelfsprekend mogelijk moeten zijn, maar niet verplicht.3 Ook in Chapter 11 vinden geen stemvergaderingen plaats. Stemuitbrenging in Chapter 11 vindt schriftelijk plaats door middel van “voting ballots”.4
Daar staat tegenover dat de procedure wel materieel invulling zou moeten geven aan de legitieme behoefte die crediteuren kunnen hebben aan een reële gelegenheid om met andere crediteuren te overleggen en om andere crediteuren van hun standpunt te overtuigen. Zoals de Engelse rechter in het kader van de klassensamenstelling herhaaldelijk heeft aangegeven, moet het voor de crediteuren mogelijk zijn “to consult together with a view to their common interest”.5 Dat “consulten” moet dan wel praktisch mogelijk worden gemaakt. Dit zou bijvoorbeeld mogelijk kunnen worden gemaakt door de schuldenaar te verplichten een crediteur op verzoek in contact te brengen met de andere crediteuren. Via email, besloten internetsites of een andere IT-oplossing is een effectieve gedachten- en informatie-uitwisseling tussen de crediteuren eenvoudig en efficiënt te organiseren. Door discussies tussen de crediteuren te volgen, kan de aanbieder direct op vragen van crediteuren reageren, nadere informatie verstrekken waar deze nodig is en het akkoord op basis van deze interactie waar nodig bijstellen.
Tot slot merk ik meer terzijde op dat een nieuwe akkoordregeling ook een bepaling naar analogie van artikel 2:119 BW zou moeten bevatten.6 Deze zou de vennootschap de bevoegdheid moeten geven om te bepalen dat als stemgerechtigde houders van beursgenoteerde effecten (aandelen of obligaties) die bij het akkoord worden betrokken, hebben te gelden zij die op een door de vennootschap vast te stellen dag als zodanig zijn geregistreerd, ongeacht wie ten tijde van de stemming daadwerkelijk tot de betreffende effecten gerechtigd zijn (voting record date). Degenen die stemgerechtigd zijn, zijn dan niet noodzakelijkerwijs degenen die op de dag van de stemming de betreffende effecten houden.