Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/0.2:0.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/0.2
0.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS657618:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de uitleg van de term ‘over het tijdvak van de misleiding per saldo toenemen’ respectievelijk ‘over het tijdvak van de misleiding per saldo afnemen’ § 5.3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het overkoepelende doel van het onderzoek is het geven van een diepgravende analyse van de materieelrechtelijke en bewijsrechtelijke aspecten van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving. Hierbij staan de volgende onderzoeksvragen centraal:
Wat is de invloed van informatie op de koers van beursgenoteerde effecten en op welke wijze wordt (nieuwe) informatie in de koers verwerkt?
Hoe is de civielrechtelijke aansprakelijkheid wegens misleiding van het beleggende publiek geregeld onder het Amerikaanse federale effectenrecht, wat zijn de belangrijkste grondslagen van aansprakelijkheid en welke vereisten gelden voor de verschillende grondslagen?
Een aandelenkoers die als gevolg van misleidende informatie is geïnflateerd, zal op een zeker moment weer terugkeren naar haar oorspronkelijke zuivere niveau. Welke scenario’s zijn precies te onderscheiden voor de wijze waarop deze inflatie uit de koers kan lopen?
Is bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving voor het aannemen van causaal verband steeds vereist – dus ongeacht de wijze waarop de belegger zijn vordering tot schadevergoeding inkleedt – dat de belegger (direct of indirect) op de misleidende informatie is afgegaan en zijn beleggingsbeslissing daardoor (direct of indirect) is beïnvloed?
Welke peildatum moet bij de schadevaststelling tot uitgangspunt worden genomen, welke schadebegrotingsmaatstaf moet worden gehanteerd en wat is het ontstaansmoment van de schade?
Komt, en zo ja, in welke omvang, schade die voortvloeit uit het zich ten kwade realiseren van algemene beleggingsrisico’s voor vergoeding in aanmerking? Komt, en zo ja, in welke omvang, koerswinst die de belegger in de hypothetische situatie zonder misleiding op een alternatieve belegging zou hebben behaald voor vergoeding in aanmerking?
Hoe wordt de schade vastgesteld en in welke mate kan deze aan de vennootschap worden toegerekend, als de marktwaarde van de misleidende informatie over het tijdvak van de misleiding fluctueert (en dientengevolge de koersinflatie) omdat externe factoren daarop inwerken?
In hoeverre kan de schade van de belegger aan de vennootschap worden toegerekend, wanneer aan de misleiding externe (macro-economische, sectorgerelateerde en/of (met de misleiding geen verband houdende) bedrijfsspecifieke) factoren ervoor zorgen dat de koers van het litigieuze aandeel over het tijdvak van de misleiding per saldo toeneemt1 (of althans, niet afneemt)? Het bijzondere van dit scenario is dat de belegger – ondanks de misleiding – in absolute zin geen koersverlies lijdt.
Welke rol speelt het eigenschuldleerstuk bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving?
Op welke wijze kunnen bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving op grond van het Amerikaanse federale effectenrecht het causaal verband en (de omvang van) de koersschade worden bewezen en welke financieel-economische en econometrische methoden en technieken kunnen daarbij behulpzaam zijn?
Hoe ziet het bewijs van het causaal verband en (de omvang van) de koersschade eruit bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving op grond van Nederlands recht?