Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/3.5
3.5 Het begrip ‘effecten’
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS384080:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht). De Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) was tot 2007 één van de belangrijkste wetten van onder meer het Nederlandse effectenrecht. In Nederland is het wettelijke toezicht op het effectenverkeer vanaf 2007 geregeld in de Wet op het financieel toezicht, die per 1 januari 2007 in werking is getreden. Zie ook Grundmann-van de Krol 2004.
J.M. van Dijk, Tekst & Commentaar Ondernemingsrecht en Effectenrecht, Deventer: Kluwer 2007, art. 1:1 Wft, aant. 7, p. 1556.
Van Schilfgaarde & Winter 2006, p. 124.
Zie art. 2:195 BW. Hoofdregel is de in dat artikel geregelde aanbiedingsplicht.
Eisma e.a. 2002, p. 23.
In deze paragraaf staat de vraag centraal wat effecten zijn. Voor de definitie van het begrip ‘effecten’ kan aansluiting worden gezocht bij art. 1:1 Wft.1 Een effect is:
een verhandelbaar aandeel of een ander daarmee gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs of recht niet zijnde een appartementsrecht;
een verhandelbare obligatie of een ander verhandelbaar schuldinstrument; of
elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs waarmee een in onderdeel a of b bedoeld effect door uitoefening van de daaraan verbonden rechten of door conversie kan worden verworven of dat in geld wordt afgewikkeld.
De Wft ziet op beursgenoteerde vennootschappen, zodat deze definitie wegens de beperking tot de BV van dit onderzoek minder bruikbaar is, maar niettemin een goed uitgangspunt vormt. In het kader van de definitie van ‘effect’ wordt ook wel onderscheiden tussen effecten met en zonder aandelenkarakter. Het aandelenkarakter houdt in ‘een aandeel of een daarmee vergelijkbaar effect, of een door de betrokken uitgevende instelling uitgegeven effect waarmee een aandeel of een daarmee vergelijkbaar recht kan worden verkregen’.2 De omschrijving ‘aandelen en andere – al of niet op een effectenbeurs – verhandelbare stukken’3 voor de verzamelterm4 ‘effecten’ is breder en spreekt om die reden meer aan. Die verzamelterm brengt ook tot uitdrukking dat een beurs of markt niet per se noodzakelijk is voor de verhandelbaarheid van effecten. Dat sluit aan bij het besloten karakter van de BV en de beperkte overdraagbaarheid van in een BV gehouden aandelen. Anders gezegd: hoewel aandelen in een BV in beginsel beperkt overdraagbaar zijn,5 sluit dat de verhandelbaarheid niet uit. Eisma stelt dat het bij effecten gaat om al dan niet ‘in een papier belichaamde rechten op toekomstig geld, door het uitgeven waarvan de emittent huidig geld ter beschikking verkrijgt, in welke rechten kan worden belegd en welke rechten meestal gestandaardiseerd en overdraagbaar zullen zijn’.6 In dat kader maakt hij een onderscheid in effecten, waarbij het vermogen van de uitgeven instelling centraal staat. Ik verwijs naar paragraaf 3.4.