Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/1.4.0
1.4.0 Introductie
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS716812:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ten Voorde 2012b, p. 80. Kelk heeft eerder al eens verschillende strafrechtelijke stromingen systematisch in kaart gebracht (Kelk 1987, p. 266-273). Vgl. ook: De Jong 2021, p. 691.
Van Gunsteren 1998, p. 16-21. De derde stroming die wel wordt onderscheiden is die van republikeins burgerschap (zie: Van Gunsteren 1998, p. 21). Deze stroming laat ik hier buiten beschouwing, in de eerste plaats omdat in de literatuur over de voorfase deze visie op de verhouding tussen staat en burger niet duidelijk terug te vinden is. Bovendien is de republikeinse visie in veel opzichten een samensmelting van de liberale en communitaristische visies. Dat maakt het republikeinse perspectief minder geschikt om als ideaaltype structuur aan te brengen op de in de literatuur aangevoerde argumenten.
Vooral van het communitarisme is wel gesteld dat het inherent slecht is gedefinieerd (Duff 1998, p. 256).
Met de voorgaande kanttekeningen in het achterhoofd, kunnen in de juridische literatuur over de grenzen van strafbaarheid in de voorfase grofweg twee typen overwegingen over de grenzen van strafrechtelijke aansprakelijkheid worden onderscheiden: praktische overwegingen en principiële overwegingen. De visie die van mening is dat praktische overwegingen centraal moeten staan bij de beoordeling van de grenzen van het strafrecht in de voorfase, noem ik het functionalisme. Het functionalisme benadert de grenzen van het strafrecht in zekere zin empirisch en richt zich met name op de effectiviteit en efficiëntie van strafbepalingen. In de literatuur komen echter ook veel auteurs aan het woord die juist menen dat meer principiële overwegingen over de bevoegdheden van de wetgever bepalend moeten zijn voor de grenzen van het strafrecht in de voorfase. Zoals gezegd worden deze veelal gerelateerd aan verschillende visies op burgerschap. Ten Voorde heeft een eerste aanzet gedaan deze burgerschapsidealen te doordenken ten aanzien van de grenzen van het strafrecht in de voorfase.1
Dit boek bouwt daar nader op voort en onderscheidt daarom naast het functionalisme nog twee perspectieven: het liberalisme en het communitarisme.2 Beide perspectieven verstrekken vanuit een tegengestelde visie op de verhouding tussen samenleving en individu. Kort samengevat: waar de liberaal veel waarde hecht aan het belang van individuele vrijheid, ligt de nadruk van de communitarist op het belang van de gemeenschap. Daarbij moet nogmaals nadrukkelijk worden opgemerkt dat er niet zoiets als ‘de’ communitaristische, liberale of functionalistische visie op het strafrecht bestaat.3 Binnen deze drie stromingen zijn allerlei nuances en verschillen denkbaar. In de praktijk zijn juridische auteurs ook zelden slechts binnen één stroming te plaatsen en gebruiken ze vaak argumenten die met verschillende stromingen samenhangen. In de hiernavolgende paragrafen wordt daarom steeds een bepaald theoretisch ideaaltype van het liberalisme (§1.4.1), communitarisme (§1.4.2) en functionalisme (§1.4.3) geschetst dat – zoals in §1.3 is uitgelegd – voortvloeit uit de literatuur over strafbaarstellingen in de voorfase. Schematisch is de onderlinge verhouding tussen de drie perspectieven voor nu alvast als volgt weer te geven: