De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/10.2.3:10.2.3 Wenselijkheid
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/10.2.3
10.2.3 Wenselijkheid
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377988:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
408. Als we kijken naar het systeem van het BW, dan staat de rechtshandeling centraal en is de eenzijdige rechtshandeling dus één van de figuren die een persoon kan gebruiken om zichzelf te binden. Erkenning van de eenzijdige rechtshandeling als bron van verbintenissen is dus mogelijk. Maar is het ook wenselijk? Ik betoog van wel. In deze afweging speelt een aantal beginselen een rol: de drie-eenheid van het autonomiebeginsel, het vertrouwensbeginsel en het causabeginsel, maar ook het beginsel dat men niet een ander een verbintenis mag opdringen die hij niet wenst te ontvangen (dat voortvloeit uit het autonomiebeginsel), en het uitgangspunt dat iemand niet verondersteld wordt iets te doen dat nadelig uitpakt voor zijn eigen economische positie (dat samenhangt met het hierna te behandelen causabeginsel). Om te komen tot een antwoord op de vraag of de eenzijdige rechtshandeling een bron van verbintenissen zou moeten zijn, breng ik eerst in kaart wat in het algemeen de grondslag is voor vrijwillige gebondenheid. Ik meen dat gebondenheid kan worden gebaseerd op enerzijds een belofte, zijnde de uitoefening van autonomie, of anderzijds op het met een verklaring of gedraging opgewekte redelijk vertrouwen. De eenzijdige rechtshandeling als bron van verbintenissen is daarmee te verenigen. Het uitgangspunt van de wetgever dat je een ander geen verbintenis moet kunnen opdringen die hij niet wenst te ontvangen moet uiteraard ook in acht worden genomen, net als de andere, hierboven aangehaalde beginselen. Zij clausuleren het verbintenisscheppend karakter van de eenzijdige rechtshandeling. Een afweging van die beginselen kan tot de uitkomst leiden dat in een concreet geval een bepaalde eenzijdige rechtshandeling geen verbintenis schept. Wellicht belangrijker is dat de beginselen een rol spelen bij het in abstracto bepalen van de manier waarop en de voorwaarden waaronder eenzijdige rechtshandelingen verbintenissen scheppen.
10.2.3.1 De grondslag van gebondenheid: het samenspel tussen wil, verklaring en vertrouwen10.2.3.2 De eenzijdige rechtshandeling als verbintenisscheppende uitoefening van autonomie