Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.3.4.5:5.3.4.5 Hoge Raad inzake caravanbedrijf
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.3.4.5
5.3.4.5 Hoge Raad inzake caravanbedrijf
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420626:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 maart 2015, nr. 14/02600, BNB 2015/94.
Hof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2014, nr. 12/00357, V-N 2014/30.2.4.
Uit de uitspraak van het Gerechtshof (punt 2.7.) leid ik af dat werd overgedragen: Resterende inventaris (in het bijzonder de vloerbedekking in de verkoophal); handelsnaam en cliëntenbestand; telefoon- en internetverbindingen; saldo omzetbelastingmargeregeling per 31 januari 2007; computer met softwarelicenties waaronder Exact administratie; overige resterende goederen waaronder de aanhanger met mover.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook het arrest van de Hoge Raad van 13 maart 2015 met betrekking tot de verkoop van een (deel van een) caravanbedrijf verdient hier vermelding.1 Het betreft een bedrijf dat nieuwe en gebruikte caravans verkoopt en reparatiediensten verricht. Het bedrijf verkeert in problemen en op enig moment roept de leverancier van de caravans zijn eigendomsvoorbehoud ter zake van de voorraad nieuwe caravans in. In opdracht van diezelfde leverancier worden alle gebruikte caravans verkocht. Het resterende caravanbedrijf, exclusief het gehuurde bedrijfspand, wordt verkocht aan belanghebbende, die onder gebruikmaking van de handelsnaam van de verkoper de activiteiten zal voortzetten. De vraag die voorligt, is of met betrekking tot verkoop van het resterende caravanbedrijf sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet OB 1968.
Het Gerechtshof oordeelt dat dit het geval is.2 Onder verwijzing naar het arrest Christel Schriever gaat het Gerechtshof met name in op de vraag of de onderneming van de overdrager reeds is beëindigd, waardoor mogelijk geen sprake meer is van een autonome economische activiteit. Na de conclusie dat de activiteit nog niet beëindigd is, hecht het Gerechtshof ogenschijnlijk met name waarde aan de omstandigheid dat belanghebbende de activiteiten van de overdrager zal voortzetten en verwijst hierbij naar het feit dat belanghebbende de klanten van de overdrager heeft benaderd met de boodschap dat zij de activiteiten voortzet en dat een dergelijke boodschap ook op de website van de overdrager werd geplaatst. Dat hetgeen daadwerkelijk is overgedragen aan belanghebbende bezwaarlijk als volledige onderneming kan worden aangemerkt, speelt in het oordeel van het Gerechtshof geen rol.3 Het Gerechtshof komt onder verwijzing naar het arrest Christel Schriever derhalve met een oordeel dat voortkomt uit een subjectbenadering.
De Hoge Raad oordeelt dat het Gerechtshof aan de hand van de criteria uit het arrest Christel Schriever had moeten beoordelen in hoeverre de lichamelijke en onlichamelijke zaken die zijn overgedragen tezamen een handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel vormen. Omdat het Gerechtshof dat niet heeft gedaan, berust zijn oordeel op een onjuiste rechtsopvatting dan wel is de uitspraak niet naar behoren gemotiveerd, aldus de Hoge Raad.
Hiermee geeft de Hoge Raad geen inhoudelijk oordeel. De aanwijzing die het geeft aan het verwijzingshof lijkt evenwel duidelijk: toets of de overgedragen lichamelijke en onlichamelijke zaken tezamen een handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel vormen. Dat duidt niet per definitie op een objectbenadering van de Hoge Raad. Wel leid ik uit die verwijzingsopdracht af dat het oordeel van het Gerechtshof dat slechts gebaseerd lijkt op de subjectbenadering (belanghebbende zet het caravanbedrijf voort onder dezelfde handelsnaam), onvoldoende is om te komen tot toepassing van de geruisloze overgang. De procedure maakt naar mijn idee duidelijk welke verwarring rond het onderscheid tussen de object- en subjectbenadering door het Hof van Justitie is gezaaid met het oordeel in het arrest Christel Schriever.