Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.7.3.1
II.7.3.1 Inleiding
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS378940:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Albers spreekt in dit kader wel van een ‘verhoogde rechtsbescherming’. Zie onder meer Albers 2009, p. 177.
Albers 2014, p. 28, Ortlep 2011, p. 326. Zie uitgebreid over de verhouding tussen de begrippen bestraffende sanctie en criminal charge Michiels en De Waard 2007, p. 18 e.v.
Hetzelfde geldt vanzelfsprekend voor de artikelen 47 t/m 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Aan deze bepalingen wordt geen afzonderlijke aandacht besteed.
Gelet op de hoeveelheid literatuur en jurisprudentie beperk ik mij tot een aantal essentiële punten. Zie hierover uitgebreid onder meer Den Houdijker 2005, Stijnen 2011, Albers 2014 en Van Emmerik en Saris 2014 (evenredigheidstoetsing).
In hoofdstuk 6 is uitgebreid aandacht besteed aan de intrekking bij wijze van sanctie. Daarbij is aandacht besteed aan het onderscheid tussen de intrekking bij wijze van herstelsanctie en de intrekking bij wijze van bestraffende sanctie. Aanleiding voor het maken van dit onderscheid, is dat wanneer een intrekking als bestraffende sanctie wordt gekwalificeerd, er een aantal specifieke waarborgen in acht genomen moeten worden.1 Dit vloeit onder meer voort uit het feit dat een bestraffende sanctie veelal ook als criminal charge als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM kan worden gekwalificeerd.2 Dit heeft tot gevolg dat de waarborgen genoemd in de artikelen 6 en 7 EVRM gelden.3 In deze paragraaf wordt aan deze waarborgen aandacht besteed.4