Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.5.2.3.3
II.5.2.3.3 Intrekking van een fotografische beschikking
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374097:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Scheltema 1975, p. 23.
Vgl. Scheltema 1975, p. 24: ‘[…] het is juist niet de bedoeling dat de overheid een meer voortdurend toezicht houdt zoals bij veel vergunningen wel het geval is’.
Zoals gezegd betreft het hier uitzonderingsgevallen. Zie voor een uitspraak inzake het achteraf wijzigen van de waardering voor een gelopen stage ABRvS 26 mei 2000, JB 2000/166 m.nt. Schlössels.
Dieperink merkt in dit kader terecht op dat een beschikking waarbij het rechtsregime op een bepaald moment beslissend is voor het al dan niet geven van die beschikking, deze niet mag worden ingetrokken bij wijziging van het recht. Vgl. Dieperink 2003, p. 69.
Tot slot enkele opmerkingen over de fotografische beschikkingen. Dit zijn dikwijls gebonden beschikkingen.1 De vraag naar de mogelijkheid tot intrekking wordt dan ook veelal beantwoord door de wettelijke regeling op basis waarvan de beschikking is gegeven. Het lijkt erop dat fotografische beschikkingen slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen worden ingetrokken.2 Een intrekking van een examenbeschikking vanwege het feit dat kennis is weggezakt ligt bijvoorbeeld niet voor de hand. Wanneer daarentegen door een student aanzienlijk is gefraudeerd bij een examen, is een intrekking wellicht beter voorstelbaar. Zo heeft de Universiteit Maastricht in 2013 bij hoge uitzondering een diploma ingetrokken van een studente die, naar achteraf bleek, gedurende haar studie op grote schaal had gefraudeerd. Sinds de oprichting van de universiteit in 1976 was dit echter de eerste keer dat dit gebeurde.3,4
Voor het overige geldt dat bij de intrekking van een fotografische beschikking een grote mate van terughoudendheid betracht dient te worden en dient intrekking slechts in zeer uitzonderlijke gevallen plaats te vinden.5