De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.4.6:3.4.4.6 Beperken van aansprakelijkheid bij de coöperatie
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.4.6
3.4.4.6 Beperken van aansprakelijkheid bij de coöperatie
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS384341:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De coöperatie U.A. kan wat betreft het aansprakelijkheidsrisico eigenlijk geheel op een lijn gesteld worden met de NV. Voor zowel de rechtspersonen zelf als de bestuurders en de aandeelhouders c.q. leden ervan gelden dezelfde risico’s.
De hierboven besproken bestuurdersaansprakelijkheid kan door beroepsbeoefenaren die de coöperatie als samenwerkingsverband willen gebruiken, worden omzeild door niet (allen) als bestuurder betrokken te zijn maar slechts als lid van de coöperatie deel te nemen aan het samenwerkingsverband. Van belang is dan dat in de statuten van de coöperatie een bepaling is opgenomen op basis waarvan ook anderen dan de leden als bestuurder kunnen worden benoemd. Wanneer het, om redenen van organisatorische aard, niet gewenst is dat niet-leden als bestuurder worden benoemd, krijgen de bestuurders-beroepsbeoefenaren te maken met zowel interne als externe aansprakelijkheid. Het gebruik van een (praktijk)vennootschap als bestuurder kan op grond van artikel 2:11 BW niet tegen deze aansprakelijkheid beschermen. Zoals ook al aan de orde kwam bij de bespreking van de kapitaalvennootschappen, is het risico op bestuurdersaansprakelijkheid wel in grote mate controleerbaar; bestuurders hebben immers invloed op hun eigen gedrag. Bovendien spelen niet alle vormen van bestuurdersaansprakelijkheid in elke situatie een rol (bijvoorbeeld alleen in geval van uitkeringen of faillissement). Daarnaast is het ook mogelijk om een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, zodat in ieder geval de schade die voortvloeit uit de bestuurdersaansprakelijkheid kan worden beperkt.
Ook aan de ‘coöperatie-specifieke’ wettelijke aansprakelijkheid voor leden (namelijk voor het tekort bij ontbinding) is gemakkelijk te ontkomen door in de statuten te bepalen dat deze aansprakelijkheid beperkt c.q. uitgesloten is. Dienstverleners zullen in de meeste gevallen niet veel externe financiering nodig hebben voor het goed kunnen functioneren van hun samenwerkingsverband en dus is een uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.) van de leden hier een reële optie.
Heel anders is en blijft dit voor de aansprakelijkheid van leden (en bestuurders) voortvloeiende uit (de ‘gewone’) onrechtmatige daad en uit de overeenkomst van opdracht verleend met het oog op de persoon van de beroepsbeoefenaar. Ook als de betrokken beroepsbeoefenaar zijn diensten verleent als lid en opdrachtnemer van de coöperatie, is hij met zijn gehele vermogen persoonlijk aansprakelijk voor fouten die voortvloeien uit de overeenkomst van opdracht verleend met het oog op zijn persoon. Deze vorm van aansprakelijkheid zou echter, zoals ook bij de maatschap en kapitaalvennootschappen aan de orde kwam, eventueel contractueel kunnen worden uitgesloten.
Ook buitencontractueel is een lid van de coöperatie (zijnde beroepsbeoefenaar) aansprakelijk voor zover zijn beroepsfouten kunnen worden aangemerkt als een onrechtmatige daad. Hetzelfde geldt voor de coöperatie als zodanig. Die is bovendien ook voor alle andere ondernemingsrisico’s (dan die voortvloeien uit beroepsfouten) aansprakelijk. De overige dienstverleners zullen echter, als leden van de coöperatie, niet aansprakelijk zijn voor beroepsfouten voor een der andere aan de coöperatie verbonden beroepsbeoefenaren.