Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/439
439 Overname door schorsing en hervatting?
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD46784:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 130. Vgl. ook Kamerstukken II 2002/03, 28 863, nr. 3, p. 2, waarin de minister van Justitie overweegt dat de overdracht van een vordering door de eisende partij in de loop van een geding een grond is voor schorsing van dat geding op de voet van art. 225 lid 1, onder c Rv.
Zie over de schorsing en hervatting van een lopende procedure als gevolg van een cessie tijdens die procedure de noot van E. Groot onder HR 28 januari 2005, JBPr 2005/32 (Pro Naturae).
In de vorige paragraaf bleek dat de inningsbevoegde pandhouder bevoegd is om de debiteur in een procedure tot nakoming van de verpande vordering te betrekken, terwijl de pandgever zijn bevoegdheid daartoe verliest door het inningsbevoegd worden van de pandhouder. Het is wenselijk dat de pandhouder ook bevoegd is om een lopende procedure tegen de debiteur van de vordering van de pandgever over te nemen.
De regeling van de schorsing en hervatting biedt uitkomst. Het inningsbevoegd worden van de pandhouder is mijns inziens een grond voor schorsing van een op dat moment tussen de pandgever en de debiteur lopende procedure.1 Het inningsbevoegd worden van de pandhouder kan worden gelijkgesteld aan de in de wetsgeschiedenis van art. 225 Rv als voorbeeld van deze schorsingsgrond genoemde overgang onder bijzondere titel van het recht dat voorwerp van het geding is.2 Het verlies van inningsbevoegdheid is een voorbeeld van “het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde”3. Het geding kan na de schorsing door de inningsbevoegde pandhouder worden hervat.4,5
Het is hierbij van belang voor ogen te houden dat de schorsing niet van rechtswege geschiedt, maar dat daarvoor een proceshandeling van de pandhouder, betekening van de schorsingsgrond aan de wederpartij of het nemen van een akte, vereist is. Tot de schorsing blijft de pandgever volledig bevoegd om het geding op eigen naam voort te zetten. Hij kan geldig proceshandelingen blijven verrichten die niet ongeldig zijn of door de pandhouder kunnen worden aangetast op de grond dat de pandhouder op het moment waarop een dergelijke handeling werd verricht reeds bevoegd was tot inning van de vordering waarover wordt geprocedeerd.6