Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/440:440 Overname in strijd met art. 3:304 BW?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/440
440 Overname in strijd met art. 3:304 BW?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 23-02-2026
- Datum
23-02-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD46785:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank ’s-Hertogenbosch 13 oktober 2004, JOR 2005/46 m.nt. E. Loesberg (Detrium/Gielen).
Art. 3:304 BW.
In dezelfde zin E. Loesberg in zijn noot onder het vonnis.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In afwijking van het hiervoor gestelde overwoog Rechtbank ’s-Hertogenbosch dat het inningsbevoegd worden van een pandhouder niet tot gevolg heeft dat deze door schorsing en hervatting een ingestelde rechtsvordering kan overnemen, met als argument dat de pandhouder geen rechtsopvolger van de pandgever is als bedoeld in art. 225 sub c Rv.1 De rechtbank miskent mijns inziens dat in die bepaling is opgenomen dat ook “een andere oorzaak” van “het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde” een grond voor schorsing van een geding kan zijn.
Anders dan de rechtbank overwoog is de ‘overname’ van het geding door schorsing en hervatting daarvan door de pandhouder niet in strijd met de bepaling dat een rechtsvordering niet kan worden gescheiden van het recht dat zij beoogt te beschermen.2 Dat de rechtsvordering door de inningsbevoegde pandhouder wordt uitgeoefend, scheidt deze rechtsvordering tot nakoming van de verpande vordering niet van de door de pandhouder te innen vordering. In dat opzicht wijkt overname van een lopend geding door de pandhouder niet af van het instellen van een rechtsvordering door de pandhouder, waartoe hij zonder twijfel bevoegd is op grond van art. 3:246 lid 1 BW.3