Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.1.3:2.1.3 Drijvende steigers
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.1.3
2.1.3 Drijvende steigers
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS487919:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het arrest van de drijvende steigers ging het om een jachthaven in de gemeente Den Haag. In deze jachthaven bevonden zich verschillende aaneengeschakelde aanlegsteigers. Deze steigers dreven in het water op betonnen drijvers en waren verbonden met meerpalen die vast verankerd waren in de bodem of met de kade. De steigers werden op hun plaats gehouden door beugels die vrijelijk verticaal langs de meerpalen konden meebewegen. Hiermee waren de steigers onderhevig aan de invloed van getijden en van deining. De Inspecteur van de Belastingdienst heeft de drijvende steigers als onroerende zaken aangemerkt en de waarde betrokken in de beschikking op grond van art. 22 Wet waardering onroerende zaken. Het geschil betrof de vraag of de drijvende steigers terecht door de Inspecteur als onroerende zaken zijn aangemerkt. Hieromtrent oordeelde de Hoge Raad dat de beslissing van het hof dat de drijvende steigers moeten worden aangemerkt als werken die naar hun aard en inrichting bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, en derhalve aangemerkt worden als gebouwde eigendommen in de zin van art. 16 van de Wet waardering onroerende zaken, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
Uit dit arrest blijkt dat de Hoge Raad in 2002 ten aanzien van de drijvende steigers nog oordeelde dat deze op grond van het in het Portacabin neergelegde bestemmingscriterium nog als onroerende zaken aangemerkt dienden te worden, terwijl acht jaar later de in het geding zijnde woonark, die op dezelfde wijze verenigd was met de ondergrond, als roerende zaak gekwalificeerd werd.