Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4:Hoofdstuk 4 De verhouding tussen de artt. 3:3, 3:4, 5:3 en 5:20 BW
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4
Hoofdstuk 4 De verhouding tussen de artt. 3:3, 3:4, 5:3 en 5:20 BW
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS490415:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
4.0 Introductie4.1 De verhouding tussen art. 3:4 en 5:3 BW4.2 Het eenheidsbeginsel van art. 5:3 BW4.3 Het waardemotief als grondslag voor art. 3:4 lid 2 BW4.4 De verhouding tussen art. 3:4, 5:3, 3:3 en 5:20 BW4.5 Art. 5:20 BW is een uitwerking van art. 5:3 BW4.6 De verhouding tussen art. 3:3 en 3:4 BW4.7 Een praktijkvoorbeeld: containerwoningen