Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/8.8.5
8.8.5 Aanwijzingen door de algemene vergadering
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS594997:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor de vereniging bestaat ter zake geen specifieke wetsbepaling, maar de wettelijke basis kan worden gevonden in art. 2:44 lid 1 BW (“beperkingen volgens de statuten”). Zie Asser/Rensen 2-III* 2012/127 en Dijk & Van der Ploeg 2013, p. 188 en 192.
De tekst van art. 2:239 lid 4 BW wijkt dan ook af van die van art. 2:129 lid 4 BW.
Ten aanzien van de NV: Van Schilfgaarde, Winter en Wezeman vinden van niet (Van Schilfgaarde 2013, p. 164); Van Solinge & Nieuwe Weme vinden van wel (Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/413. Ten aanzien van de vereniging: Van der Ploeg, Overes en Van Veen zien alleen een bevoegdheid tot het geven van instructies over de hoofdlijnen van het beleid (Dijk & Van der Ploeg 2013, p. 192); ook Schreurs-Engelaar (1995, p. 113-114) is terughoudend; volgens Rensen kunnen de instructies echter algemeen of concreet zijn (Asser/Rensen 2-III* 2012/127).
284. Eén vorm van betrokkenheid van de algemene vergadering bij handelingen van de rechtspersoon heb ik tot nu toe niet genoemd, en dat is de bevoegdheid van de algemene vergadering om aanwijzingen te geven aan het bestuur (art. 2:129/2:239 lid 4 BW1). Met de invoering van de Wet Flex-BV is vast komen te staan dat de ava van een BV zowel concrete als algemene instructies mag geven aan het bestuur.2 Of de algemene vergaderingen van de NV en de vereniging ook concrete instructies mogen geven, is omstreden.3
In de praktijk zal het vaak de moedervennootschap zijn die van deze bevoegdheid gebruik maakt en op detailniveau invloed uitoefent op de handelingen van het bestuur. De vraag wanneer de kennis van de moedervennootschap toegerekend moet worden aan de dochtervennootschap, is zowel een vraag naar de toerekening van de kennis van de ava aan de vennootschap als een vraag naar kennistoerekening in concernverhoudingen. De daarmee verbonden casuïstiek ligt echter vooral op het gebied van concernverhoudingen. Die laat ik in deze studie buiten beschouwing.