De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.5:5.5 De coöperatie en samenwerking door beroepsbeoefenaren
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.5
5.5 De coöperatie en samenwerking door beroepsbeoefenaren
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS386783:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verstraten 2016, p. 219.
Kamer van Koophandel, ‘Adressenbestand’, <www.kvk.nl/handelsregister/adressenbestand/>.
Van der Sangen 2015, p. 319.
Zaman & Grapperhaus 2011.
Verstraten 2016, p. 219.
Deze vorm van de coöperatie lijkt sterk op de kostenmaatschap. Zie Kok & Swaters 2007.
Asser/Van der Grinten II (De Rechtspersoon), zevende druk 1991, nr. 381a.
Dortmond 2007, p. 2-3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wettelijke regeling van de rechtsvorm coöperatie gaat terug tot 1876. De toepassing van de coöperatie is in de praktijk heel verschillend en is de afgelopen jaren ook gegroeid.1 Er bestaan in Nederland ruim 5.000 coöperaties.2 Van oorsprong werd de coöperatie veel gebruikt als rechtsvorm in de landbouw en veehouderij (bijvoorbeeld Melkunie), inkoop (supermarkt Coöp) en in de kredietverschaffing (Rabobank). Tegenwoordig is deze rechtsvorm ook erg in trek als samenwerkingsvorm in de zorg en in het onderwijs.3 Daarnaast is ze inmiddels ook door beroepsbeoefenaren ontdekt.4 Waar de coöperatie oorspronkelijk een niet-winstgerichte rechtsvorm voor haar leden was, heeft zij zich in de loop der jaren dichter naar de rechtsvorm van een kapitaalvennootschap ontwikkeld.5
Zoals in de volgende paragrafen uitgebreid besproken wordt, is de coöperatie een rechtsvorm die op het palet van rechtsvormen in feite tussen de maatschap en de kapitaalvennootschappen gesitueerd kan worden. Kort gezegd blijkt dit uit het feit dat zij wordt opgericht (en moet worden) vanuit een samenwerkingsgedachte (als een bijzondere vorm van de vereniging) maar tevens een commerciële rechtspersoon is met als doel het maken van winst ten behoeve van haar leden welke zij tevens mag verdelen onder haar leden.6
Een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren dat wordt ondergebracht in de rechtsvorm van de coöperatie, kan de volgende twee vormen aannemen:
alleen de coöperatie drijft een onderneming, de leden (beroepsbeoefenaren) niet;
zowel de leden (beroepsbeoefenaren) als de coöperatie drijven ieder een onderneming.
Een voorbeeld van de eerste situatie doet zich voor in het geval dat (bijvoorbeeld) een aantal advocaten besluit om samen een groepspraktijk te starten en daartoe een coöperatie op te richten. De coöperatie exploiteert dan de groepspraktijk en de advocaten verrichten arbeid ten behoeve van de coöperatie op basis van een arbeidsovereenkomst of een andere overeenkomst (van opdracht of het verlenen van diensten). De coöperatie stelt zich in dit geval ten doel om door middel van haar economische activiteiten werk te verschaffen aan haar leden. Een dergelijke coöperatie wordt ook wel een werknemersproductiecoöperatie of eigenaarscoöperatie genoemd.
De tweede situatie doet zich voor in het geval dat meerdere advocaten een eigen praktijk hebben en besluiten een coöperatie op te richten om bepaalde activiteiten te verrichten. De coöperatie verleent in dit geval diensten op bijvoorbeeld het gebied van administratie, huisvesting, ondersteuning en dergelijke. De advocaten houden echter hun eigen praktijk en daarmee hun eigen onderneming.7
In de uitoefening van het beroep komt de eerstgenoemde variant van de coöperatie het meeste voor. Hoewel lange tijd werd getwijfeld of een dergelijke vorm van een (productie)coöperatie wel onder de definitie van artikel 2:53 lid 1 BW valt nu de coöperatie niet alleen met de leden (arbeids- of managementovereenkomst) maar ook met derden overeenkomsten (overeenkomsten van opdracht) sluit, wordt sinds 1991 aanvaard dat ook een productiecoöperatie onder de definitie valt.8 Voorwaarde hiervoor is overigens wel dat er leden (beroepsbeoefenaren), al dan niet op uitnodiging, tot de coöperatie kunnen toetreden. Wanneer dit niet mogelijk is (en de coöperatie dus slechts met derden overeenkomsten sluit), ontbreekt het samenwerkingskarakter en is de rechtsvorm niet als coöperatie aan te merken. Zoals Dortmond terecht opmerkt, betekent dit overigens niet dat het samenwerkingsverband iedere op het kantoor werkzame advocaat als lid toe dient te laten; dat is immers ook niet het geval bij de samenwerking in een maatschap.9