Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.4.5.1:2.4.5.1 Beginsel van algemene heffing
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.4.5.1
2.4.5.1 Beginsel van algemene heffing
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412080:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
B.G. van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW, Deventer: Kluwer 2012, blz. 2.
Zie onder meer HvJ EG 6 april 1995, nr. C-4/94, V-N 1995, blz. 3030 (BLP).
A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de btw, Deventer: Kluwer 2009, blz. 31.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van artikel 1 Btw-richtlijn geldt dat de btw een algemene verbruiksbelasting is die wordt geheven ter zake van goederen en diensten, waarbij de belasting strikt evenredig is aan de prijs van deze goederen en diensten. De bedoelde algemeenheid ziet op het feit dat de btw een verbruiksbelasting is die in beginsel niet is beperkt tot vooraf bepaalde leveringen en diensten. Het uitgangspunt is dat de werking van de btw zich uitstrekt tot alle leveringen en diensten. Naast deze invulling van het algemene karakter op objectniveau strekt het beginsel van algemene heffing zich eveneens uit tot het subjectniveau. Om de belastingheffing zo algemeen mogelijk te laten verlopen, is een brede notie van wie als belastingplichtige moet worden aangemerkt van belang.1 Uit het algemene karakter van de btw op zowel objectniveau als subjectniveau vloeit de objectiviteit van de belasting voort. De objectiviteit van de btw wordt gevonden in het feit dat de objectieve aard van handelingen vooropstaat, en bijvoorbeeld niet de persoon van de belastingplichtige of de oogmerken waarmee deze zijn handelingen verricht.2
In hoofdstuk 4 ga ik nader in op de geruisloze overgang als vreemde eend in de btw-bijt. Daarbij speelt een rol dat deze regeling een inbreuk vormt op het algemene karakter van de btw. Immers, leveringen en diensten die in beginsel op zichzelf bezien onderworpen behoren te zijn aan btw-heffing, worden hiervan uitgezonderd wanneer ze in samenhang en binnen de reikwijdte van de regeling van artikel 19 Btw-richtlijn worden verricht. Doordat mijn onderzoek zich daarnaast in bredere zin afspeelt in het grensgebied van de btw zal in veel gevallen geen sprake zijn van btw-heffing. Dit betekent evenwel niet dat steeds een inbreuk kan worden geconstateerd op het algemene karakter van de btw. Dit karakter strekt zich immers slechts uit tot het onder bezwarende titel verrichten van leveringen en diensten door een als zodanig handelende belastingplichtige.3 Ontbreekt belastingplicht (zoals bij de verkoop van een deelneming door een zuivere houdster) of een bezwarende titel (zoals bij een zuivere inbreng), dan is geen sprake van een inbreuk op het algemene karakter, anders dan in de zin van de absolute begrenzing van het begrip.
Dat neemt niet weg dat ik onderzoek in hoeverre de inbreuk die bijvoorbeeld de geruisloze overgang maakt op het beginsel van algemene heffing gerechtvaardigd is in het licht van de doeleinden die aan de geruisloze overgang, en meer algemeen de Btw-richtlijn, ten grondslag liggen. In dit verband gebruik ik het beginsel van algemene heffing feitelijk als proportionaliteitstoets. Het moge duidelijk zijn dat het daarmee een deel van mijn toetsingskader is dat slechts op een aantal specifieke punten in mijn onderzoek zal worden ingezet. Met betrekking tot de onderwerpen waar de proportionaliteit van inbreuken op het beginsel van algemene heffing niet aan de orde is, toets ik hieraan dan ook niet steeds afzonderlijk. Voorts speelt de beperking van het algemene karakter tot leveringen en diensten onder bezwarende titel in het kader van het rechtskarakter een rol in mijn onderzoek. Zie paragraaf 2.4.5.3 hierna.