De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/4.6.8:4.6.8 Misrepresentation (misleiding)
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/4.6.8
4.6.8 Misrepresentation (misleiding)
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381627:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hedley Byrne & Co Ltd v Heller and Partners Ltd [1964] AC 465.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
218. Het afleggen van een misleidende verklaringen is op zichzelf onvoldoende om rechtsgevolg te doen intreden. De verklaringen van de misleidende partij moeten gecomplementeerd worden met vertrouwen van de misleide partij voordat aansprakelijkheid ontstaat, zowel in het geval van innocent misrepresentation als van fraudulent misrepresentation.
Er kan wel een zorgvuldigheidsplicht ontstaan tussen verklarende en ontvangende partij. Wanneer een partij op verzoek informatie verschaft en weet of moet weten dat vertrouwd wordt op zijn skill and judgement, ontstaat een zorgvuldigheidsplicht tussen misleide en misleidende partij, mits er tussen hen een ‘speciale band’ bestaat.1 De betrekking moet vergelijkbaar zijn met een contractuele band, terwijl geen contract bestaat door bijvoorbeeld een gebrek aan consideration.