Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.3.1
11.3.1 Inleiding en afbakening
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS601947:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Tjittes 2001b, p. 40; Lennarts 2002, p. 59; Jansen 2012a, p. 540; conclusie A-G Verkade voor HR 11 maart 2005, NJ 2005/576 (Idee 2), par. 4.7.
De Graaf 2000, p. 108, waarover ook par. 11.3.6 hierna.
Zie daarover par. 11.3.7.
Vgl. Rb Arnhem 30 januari 2008, NJF 2008/116 inzake kennis over de deklimiet voor dekhengsten. De kennis die de bestuurder en aandeelhouder van een rechtspersoon die dekhengsten exploiteert, daarover had opgedaan als lid van de Koninklijke Vereniging ‘het Friesch Paarden-stamboek’, werd toegerekend aan de rechtspersoon.
Het leerstuk van de corporate opportunity betreft de vraag wanneer een functionaris de mogelijkheid om een transactie aan te gaan of zakelijke activiteiten te ontplooien die zich voor de vennootschap voordoet, in eigen belang mag benutten.
Schreurs & Van Driel 2012, p. 239, voetnoot 39.
464. In de Nederlandse literatuur wordt – voor zover het onderwerp ‘privékennis’ behandeld wordt – vrij algemeen aangenomen dat aan de rechtspersoon alleen de kennis kan worden toegerekend die een functionaris heeft verkregen tijdens of in verband met de uitoefening van zijn functie. Dat wil zeggen: nadat Tjittes dit standpunt in 2001 had ingenomen, is het kritiekloos weergegeven door Lennarts, Jansen en A-G Verkade.1 De Graaf nam in 2000 een genuanceerder standpunt in door onderscheid te maken in situaties waarin privékennis wel of niet zou moeten worden toegerekend.2 Geen van hen motiveert echter waarom kennis die is opgedaan in een privésituatie buiten schot zou moeten blijven. In Duitsland zijn dergelijke motiveringen wel te vinden, maar die raken naar mijn mening niet de kern.3 In deze paragraaf licht ik toe wat naar mijn mening gegronde redenen zijn voor terughoudendheid bij het toerekenen van privékennis aan de rechtspersoon. Ook licht ik toe in welke situaties die redenen aanwezig zijn, en in welke niet – zodat voor terughoudendheid geen of minder aanleiding bestaat.
Onder privékennis versta ik informatie die in de privésfeer is verworven: bij familie of vrienden, bij de uitoefening van een hobby, enzovoort. De informatie hoeft niet noodzakelijkerwijs betrekking te hebben op personen of zaken in de privésfeer van de functionaris; de informatie hoeft ook niet noodzakelijkerwijs vertrouwelijk te zijn. Onder functionele kennis versta ik ten eerste, net als Tjittes, kennis die de functionaris heeft opgedaan tijdens of in verband met de uitoefening van zijn huidige of een vorige functie bij de rechtspersoon. Kennis die een functionaris heeft opgedaan bij een andere professionele activiteit, zoals een nevenactiviteit of een functie bij een vorige werkgever, schaar ik in beginsel eveneens onder functionele kennis. De uitzonderingspositie van privékennis wordt mijns inziens grotendeels gerechtvaardigd door de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en daar vallen andere professionele activiteiten niet binnen. Dit licht ik toe in par. 11.3.3. Ook kennis die bij een zakelijke nevenactiviteit is verworven, kan zorgen voor specifieke toerekeningsproblemen, maar die behandel ik afzonderlijk in par. 11.4 (Kennis uit een andere functie).
465. Privékennis is dus kennis opgedaan in de privésfeer. Over de precieze afbakening tussen de privésfeer en de zakelijke sfeer kunnen de opvattingen verschillen. Een verjaardagsfeestje van vrienden of een familiebijeenkomst zal doorgaans binnen de privésfeer vallen. Lastiger ligt het bij een verjaardagsfeest van een collega, of van een zakenpartner met wie men bevriend is geraakt. Bijeenkomsten van een branche- of beroepsvereniging vallen in beginsel binnen de zakelijke sfeer,4 maar netwerken kunnen een gemengd karakter hebben. Zo kan een lidmaatschap van de golfclub heel goed zijn aangegaan ter vergroting van het zakelijke netwerk. En zoals Schreurs en Van Driel opmerken over de vraag wanneer een kans geldt als ‘corporate opportunity’:5
“Is iets een zakelijke kans wanneer het uit het netwerk op Linkedin komt, terwijl een Facebook “vriend” in de privésfeer valt?”6
Ik deel kennis niet strikt in de categorieën privé en functioneel in. Kennis kan een hoger of lager privégehalte hebben en dit kan invloed hebben op de rechterlijke beoordeling van het geheel aan omstandigheden.
Gevallen waarin de functionaris ‘in privé’, dat wil zeggen als consument, optreedt als wederpartij van de rechtspersoon, komen niet in deze paragraaf aan de orde, maar in par. 11.5.