Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.11
5.11 Onderuitbesteding
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS602210:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:18 en 4:16 Wft en in het bijzonder art. 37 en art. 38b tot en met 38f Bgfo.
Zie par. 2.5.7.3 en de daar genoemde literatuur en regelgeving.
De Serière meent eveneens dat de inwinning van een “investment advice” geen uitbesteding is. De Serière 2011a, p. 265. Hij wijst er daarbij op dat bij uitbesteding (dus van “eigen” activiteiten) de uitbesteder verantwoordelijk blijft voor de uitvoering ervan, terwijl beleggingsadviseurs uitvoerige aansprakelijkheidsbeperkingen plegen op te nemen. De onderlinge aansprakelijkheidsverhouding is naar mijnmening echter niet relevant. Ook bij overduidelijke uitbestedingsrelaties plegen dienstverleners uitvoerige aansprakelijkheidsbeperkingen op te nemen. Dat de uitbesteder verantwoordelijk blijft voor de uitbestede activiteiten ziet enkel op diens verantwoordelijkheid jegens toezichthouder en cliënten of begunstigden. Eventuele afspraken over aansprakelijkheden tussen uitbesteder en dienstverlener staan hier los van (voetnoot 204). De inschakeling van een custodian door een pensioenfonds is naar mijn mening geen uitbesteding (zie par. 2.5.8.3). Ik heb niettemin in par. 2.6 betoogd dat, omwille van een beheerste en integere bedrijfsvoering, het zinvol is om de uitbestedingsregels in een dergelijk geval zo veel als mogelijk analoog toe te passen.
Voor de vervulling van zijn werkzaamheden kan de vermogensbeheerder derden inschakelen. Dat doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de vermogensbeheerder voor een deelportefeuille een (meer) gespecialiseerde vermogensbeheerder inschakelt. De vermogensbeheerder besteedt dan uit. Hij moet daarbij de uitbestedingsregels op grond van de Wft toepassen.1 Voor het pensioenfonds is sprake van onderuitbesteding.
De uitbestedingsregels bevatten geen regels voor onderuitbesteding. De ratio noodzaakt er echter toe dat in een keten van dienstverleners, de uitbestedingsvoorschriften als een soort kettingbeding worden doorgegeven. In sommige uitbestedingsregelingen is dit ook in deze zin verduidelijkt.2 Gebeurt dit niet, dan worden de uitbestedingsregels eenvoudig ondergraven. De “control” van het pensioenfonds over de werkzaamheden en het toezicht van de toezichthouder daarop, zouden ophouden bij de tweede stap in de keten.
Het pensioenfonds moet dus van zijn vermogensbeheerder verlangen dat deze in zijn eigen uitbestedingsrelaties tevens voldoet aan de uitbestedingsregels op grond van de Pensioenwet. Dit impliceert onder meer dat ook de vermogensbeheerder een risicoanalyse moet opstellen, beleid moet formuleren en dit uitwerken in procedures en maatregelen. Hij zal slechts een (onder)dienstverlener mogen inschakelen wanneer deze over een beheerste en integere bedrijfsvoering beschikt. De (onder)uitbestedingsovereenkomst moet voldoen aan dezelfde eisen als de vermogensbeheerovereenkomst tussen pensioenfonds en vermogensbeheerder.
Het pensioenfonds moet voorts van zijn vermogensbeheerder verlangen dat ook de andere ketenpartijen zich houden aan de afspraken op grond van de vermogensbeheerovereenkomst. Het gaat dan om bijvoorbeeld beperkingen ten aanzien van het beleggingsuniversum en risicobegrenzingen, maar ook om bijvoorbeeld toegang tot gegevens voor medewerkers van het pensioenfonds of zijn accountant, een bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen voor het pensioenfonds en toepassing van het integriteitsbeleid van het pensioenfonds.
Over het algemeen zal deze stapeling van uitbestedingsregels geen grote problemen opleveren. De vermogensbeheerder is zelf een onder toezicht staande instelling op wie reeds uitbestedingsregels rusten. Weliswaar verschillen de uitbestedingsregels enigszins van sector tot sector. De ratio van die regels is over alle financiële sectoren heen dezelfde. In paragraaf 2.3 heb ik daarom betoogd dat ze zoveel mogelijk kruissectoraal moeten worden toegepast.
Toch is de toepassing van de uitbestedingsregels bij onderuitbesteding niet altijd probleemloos. Met name het beding dat de toezichthouder van het pensioenfonds toezichtbevoegdheden krijgt, zelfs een onderzoek ter plaatse mag houden, stuit in de internationale praktijk soms op bezwaren. Dit schijnt in het bijzonder bij custody het geval te zijn.3 Anderzijds lijkt het erop dat dit in de loop der jaren wel steeds makkelijker is geworden. Financiële marktpartijen hebben inmiddels ervaring opgedaan met zulke bedingen, waardoor de (ergste) koudwatervrees over is.