Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/9.5:9.5 Vroegtijdigheid – geringe toegangsdrempel
Het pre-insolventieakkoord 2016/9.5
9.5 Vroegtijdigheid – geringe toegangsdrempel
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Punt 6 onder (a) van de Aaanbeveling.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een speerpunt van de Commissie is de vroegtijdigheid van de aanpak van financiële problemen. “De schuldenaar zou in een vroeg stadium moeten kunnen herstructureren, zodra duidelijk wordt dat er een kans op insolventie bestaat.”1 Een kans op insolventie bestaat altijd. De Commissie werpt dus bepaald geen hoge drempel op. Zoals opgemerkt in paragraaf 3.6 hiervoor, is de enkele “kans” op insolventie niet zonder meer een voldoende basis om een dwangakkoord toe te passen, zeker niet indien het akkoord rechten aan out of the money vermogensverschaffers ontneemt.
Volgens punt 8 van de Aanbeveling zou een schuldenaar een herstructureringsproces moeten kunnen aanvangen “zonder dat er formeel een gerechtelijke procedure hoeft te worden ingeleid.”
Dit veronderstelt dat alleen de schuldenaar bevoegd is de procedure in te leiden. Mijns inziens zouden ook derden, in het bijzonder crediteuren, onder omstandigheden de bevoegdheid moeten hebben een akkoordprocedure in te leiden. Daarvoor is een voorafgaande rechterlijke toets wél nodig. Zie ook paragrafen 8.3 en 8.4 hiervoor.